vrijdag 24 oktober 2014

Bezoek het zuiden van Bogota

Zona Sur (alles wat onder La Candelaria ligt) wordt wegens veiligheidsredenen aan toeristen afgeraden om te bezoeken. 

Volgende afbeelding toont dat Usme en Ciudad Bolívar de armste buurten van Bogota zijn.

Klik op de afbeelding om te vergroten

Na een maand in Bogota vertoeven had ik toch behoefte aan een meer compleet beeld van de stad.

In La Villa, een nachtclub, ontmoette ik een 40 jarige man die me vertelde dat sommige buurten, zoals El Tunal en Tintal, niet zo onveilig zijn. Zelf woonde hij in El Tunal en stelde voor om me daar een rondleiding te geven.

Ik wist niet goed of de man te vertrouwen was en wat zijn motieven waren.

Twee dagen voorheen was er een 40 jarig Colombiaans koppel in de residentie waar ik verblijf komen kijken voor een appartement voor hun studerende dochter. Op een bepaald ogenblik vroeg de man om even naar de WC te kunnen gaan. Van het moment dat hij alleen was had hij gebruik gemaakt om een deur te openen van een kamer die niet op slot was. Achteraf bleek dat er twee laptoppen ontvreemd waren.

De volgende dag besloot ik het toch te doen. Ik belde hem op en we spraken af aan de Transmilenio-bushalte van Parque El Tunal. Voor de zekerheid liet ik mijn GSM en portefeuille thuis.

Vanaf dat je Tercer Milenio passeert ziet de stad er helemaal anders uit. Er is geen hoogbouw meer en je krijgt een open zicht op de zuidelijke heuvels die bekleed zijn met sloppenwijken.

Toen ik Louis ontmoette bij Parque El Tunal, wees ik naar de heuvels. Hij begreep mijn interesse en stelde voor om daar met de bus naar toe te rijden. We wandelden door het park en namen achteraf de bus van het winkelcentrum nadat we daar een koffietje hadden binnengegoten. 

De bus reed door de achterbuurten omhoog in de heuvels tot aan de eindhalte van Paraíso. De naam "Paraíso" is ironisch want het is een achtergestelde buurt.


De wijken op de heuvels van Ciudad Bolívar hebben veel weg van de favela’s in Rio de Janeiro, maar hebben in hun geheel niet dezelfde architecturale pracht. 

Men spreekt hier ook over invasies, omdat de huisjes initieel illegaal gebouwd zijn. De overheid heeft hen achteraf wel van lopend water en elektriciteit voorzien.


Op het einde van hobbelige de rit word je beloond op een uitzicht. Best indrukwekkend als je ziet hoeveel huisjes er staan. 


Uiteindelijk bleek Louis een aardige man te zijn zonder kwade bedoelingen. Hij wilde niet meer dan zijn Engels wat oefenen met een sympathieke gringo.

Als je dit zelf wil doen, is het eenvoudiger om de Transmilenio nemen tot aan Portal del Tunal en vandaar een private bus te nemen op de Boyacá tot de eindhalte van Paraíso. Op die manier doe je sightseeing door de krottenwijken bijna zonder de bus te verlaten.

Achteraf ben ik nog vaak alleen in zuidelijke wijken geweest, en heb nooit problemen gehad.

maandag 20 oktober 2014

Wonen in Bogota, Colombia

Wie voor de eerste keer rond spitsuur de Transmilenio (openbare bus) door de Avenida Caracas neemt, zal zich ongetwijfeld wat onwennig voelen in de chaos van Bogotá.

Ik schrijf het hier op z’n Spaans, want het is niet Bógota maar Bogotá, met het accent op de laatste a.

Openbaar vervoer

Voor een stad met bijna 8 miljoen inwoners is het merkwaardig dat ze geen metrosysteem of treinverbindingen met andere steden heeft. Volgens de mensen komt dit doordat de corrupte overheid hen "berooft".

Er zijn recentelijk wel plannen gesmeed om een metrosysteem te implementeren. Dat gezegd zijnde, vind ik dat de Transmilenio tamelijk goed functioneert. Er zijn speciale rijvakken voorzien waarop alleen Transmileniobussen mogen rijden. Doch is de capaciteit rond het spitsuur onvoldoende, dan word je geperst en moet je duwen om in een bus te geraken.

Transmilenio op Avenida Caracas

De Transmilenio nemen is een ervaring op zich. Er zijn drie soorten geldverdieners: de verkopers, de muzikanten en de verhalenvertellers.

De verkopers stappen op en duwen chocoladereep in je hand. Ze delen wat uit aan verschillende mensen, uiten wat verkoopsprietpraat, en komen achteraf de reep of het geld ophalen.

De muzikanten heb ik het liefst, vaak hebben ze een kleine geluidsinstallatie rond hun nek met een micro of een instrument in de hand. Zo zag ik de Colombiaanse Bob Marley, gitaristen, rappers en andere zangtalenten de bus entertainen. 

De laatste categorie, de verhalenvertellers zijn vaak junkies, straatlopers, gehandicapten of andere armelui. De eerste keer zag ik een mevrouw met bijna-tranen in haar ogen een verhaal vertellen over haar drie kindjes die ze amper kon voeden. Ik was enigszins geraakt. Maar de tweede en derde keer besefte ik dat ze zulke mensen vaak een act opvoeren om in te spelen op de emoties.

Naast de Transmilenio rijden er ook vele private bussen rond omdat Transmilenio niet de hele stad dekt.

Klimaat

Bogota heeft een bijzonder klimaat, omdat het nabij de evenaar en op 2600 meter hoogte ligt.

Als je door Bogota wandelt heb je eigenlijk altijd een T-shirt, een sweater en een regenjasje nodig. Vaak is enkele uren warm, maar daarna weer plots koud of regenachtig. In de nacht kan het fris worden, maar bijna geen enkel huis heeft verwarming.

Hoewel de meeste regen in maart/april/mei en in oktober/november valt, maakt het niet zo veel uit wanneer je komt, het weer is doorheen het jaar nogal gelijkaardig. 

Mentaliteit van de mensen

Colombianen zijn zeer gastvrij. Ze nodigen je gemakkelijk uit om te verblijven in hun huis, maken lekker eten voor je klaar en zijn zeer hulpvaardig. 

Bogotanen zeggen dat de mensen in Bogota iets koeler, witter en minder openhartig zijn dan in het warmere Medellín. Dat deed me denken aan de vergelijking tussen de mensen van São Paulo (harde werkers, koeler) en Rio de Janeiro (relaxed, warm). Alleen spreken de Bogotanen positief over Paisas, terwijl vele Paulistas Cariocas haten.

Structuur van de stad

De stad is wat monotoon, omdat het een rechthoekig stratenpatroon heeft, maar daardoor is het wel eenvoudig om een adres terug te vinden. Ik woon bijvoorbeeld in Calle 55A # 19-25. Dat wil zeggen: Calle 55 die kruist met Carrera 19, huisnummer 25.

De Calles lopen horizontaal, met Calle 1 in het zuiden, de nummers lopen op naar het noorden toe. De Carreras lopen verticaal, met Carrera 1 in het oosten, de nummers lopen op naar het westen toe.

De upper class buurten liggen meer in het noorden van de stad, het zuiden is armer.



Veiligheid

In het Chapinero is het redelijk veilig. 

In de Transmilenio worden vaak mensen beroofd van hun portefeuille of hun GSM, meestal door zakkenrollers, soms met een wapen. Draag daarom best tijdens druktes je rugzak aan de voorzijde van je lichaam. 

In Colombia luidt een spreekwoord: ‘No dar papayas’ (= Geen papaya’s geven). Als rijp fruit laag in de boom hangt zal het geplukt worden. Geef als toerist geen opportuniteiten want dan is het je eigen fout. Eerlijk gezegd loop ik wel altijd met portefeuille en GSM over straat, maar mijn bankkaarten blijven altijd thuis.

Te mijden plaatsen zijn het zuiden van de stad en Avenida Caracas in de nacht. Daar lopen prostituees en daklozen die perico (cocaïne) of bazuco (goedkoper alternatief dan pure cocaïne) gebruiken en lijm snuiven.

In andere informatiebronnen wordt afgeraden om taxi’s op straat te nemen, en altijd één te bellen. Ik heb echter altijd taxi’s in de straat genomen en nog nooit problemen daarmee gehad. 

Slechts in enkele gevallen gebeurt het dat de taxichauffeur stopt in een donkere straat, waar je dan bedreigd wordt met wapens en verplicht wordt geld af te halen. Bankkaarten thuis laten is een gouden regel.

Let bij het betalen erop dat het nummer op de taximeter overeenkomt met het nummer op de kaart met de bedragen, als je het niet controleert doen ze er vaak een paar duizend pesos bovenop.

Bezienswaardigheden

De voornaamste bezienswaardigheden bevinden zich in en rondom Candelaria, het oude en sfeervolle stadsgedeelte. In het Museo del Oro zie je hoe de inheemse bevolking goud, zilver, brons en platina leerde bewerken. Kunstliefhebbers bezoeken best het Museo Nacional en het Museo Botero.

La Candelaria

Monserrate is de 3152 m hoge berg die Bogota begrenst langs de oostzijde. Naast de kabelbaan kan je deze ook te voet beklimmen. 

Op de toeristische dienst raadde men mij aan om dit in het weekend te doen, omdat er op weekdagen weinig volk is en dat het onveilig zou zijn. Ik raad aan om het juist wel een op een weekdag te doen, op zondag is het véél te druk.

Stadspanorama vanop Montserrate

Uitgaan

Omdat de stad zo groot is zijn er veel verschillende plaatsen om uit te gaan. De bekendste buurten zijn Zona Rosa (of Zona T), Parque 93, Usaquen, Candelaria en Galerias.

Als je naar een discotheek wilt gaan kan je best je salsa skills oefenen, want Colombianen zijn gek op Salsa, Salsa ChokeVallenato en Reggaeton. Ik heb zelf een beetje salsa leren dansen met een Colombiaanse en dat was een sublieme ervaring.

Colombianen zijn net gekleed als ze uitgaan. In Brazilië kan je uitgaan met slippers, niet in Colombia. In sommige clubs moet je zelfs leren schoenen dragen. Het uitgaansleven begint rond 10 uur en eindigt rond 3 uur.

Sport

Als je aan Bogotanen vraagt welke sport ze beoefenen zeggen ze vaak fietsen. Bogota heeft vele fietspaden en bepaalde straten worden op zondag autovrij gemaakt om door de stad te kunnen fietsen, wandelen en skaten.

Er zouden wat meer parken mogen zijn in deze vervuilde stad. De beste plek om te joggen is Parque Central Simón Bolívar. Die heeft een looppiste van 3,7 km.

In ‘Complejo Acuático Simón Bolívar’ kan je gratis zwemmen. Hier moet je wel eerst een bewijs van de dokter kunnen voorleggen dat je gezond bent, anders mag je niet binnen. Vreemd genoeg vroegen ze ook of ik kón zwemmen. Klaarblijkelijk is dat niet vanzelfsprekend in Colombia.

Vanwege de hoogte ben je sneller buiten adem of voel je je soms duizelig na een inspanning.

Werk

Een reden die ik kan bedenken waarom je hier als man zou willen blijven wonen is dat de vrouwen hier zeer vrouwelijk en uitzonderlijk mooi zijn.

Bogota biedt de meeste werkmogelijkheden in Colombia. De meest interessante jobs ga je vinden bij internationale bedrijven die een vestiging hebben in Bogota. Een andere optie is leerkracht Engels, Frans of Duits.

Voor lesgeven google je best op ‘Colegios calendario B Bogota’. A colleges beginnen op andere data dan B colleges. De B colleges zijn duurder en betalen dus ook beter. Als je nog geen ervaring hebt in lesgeven maak je meer kans bij een 'English language school'. Een TEFL certificaat is een must.

vrijdag 17 oktober 2014

Motorcross in Tocancipá, Bogota

Kort na aankomst in Bogota maakte ik met een groepje Colombianen een uiterst opwindende daguitstap.

Eén uur met de crossmotor kost slechts 70.000 COP.

Het parcours waarop je je kan uitleven.

Wat ik erg aangenaam vond was dat ze niet te strikt waren met regeltjes: even uitleggen hoe de mechaniek werkt en daarna mag je stunten naar willekeur.

Ik moest wel een papier ondertekenen dat de organisatie niet verantwoordelijk kan gesteld worden voor gebeurlijke ongevallen, en veroorzaakte schade aan de motor zal op jou verhaald worden.


Als je een goed gevoel hebt met de fiets ben je er snel mee weg. Alleen opstarten is niet zo eenvoudig, omdat de motor makkelijk stilvalt als je te bruut wil starten.

De vele heuveltjes smeken om met hoge snelheid aangereden te worden zodat je door de lucht vliegt, maar dat vergt wat zelfvertrouwen. Je moet je eigen grenzen wat aftasten. Het is best wel een zware machine die je moet controleren.  

Een belangrijke tip is dat je moet gaan staan wanneer je springt om de schok op te vangen.


Wanneer je de eerste keer valt bij het springen verlies je de durf even. Af en toe riep de begeleider dat ik véél rustiger moest gaan bij het springen, maar uiteindelijk gaf hij me de vrijheid om alles helemaal naar eigen inzicht te doen.

Hoe geraak je daar? Neem de Transmilenio tot Centro Comercial Santafé. Aan de oostzijde van de autobaan vertrekken er private busjes naar Tocancipá. Vraag om af te stappen bij ‘la pista de motocross’. 

Reserveer op voorhand via de website www.todoterrenotrack.com.co 

vrijdag 10 oktober 2014

Een goedkoop appartement huren in Bogota

De beste buurt om te wonen is Chapinero. Dit is een relatief veilige buurt en het is de zone waar het meest valt te beleven.

La Candelaria is het oude stadsgedeelte. Het is iets onveiliger dan Chapinero en ligt in feite niet centraal, omdat alles onder La Candelaria (het zuidelijk stadsgedeelte) een no-go zone is voor toeristen.

Vanuit Chapinero kan je je gemakkelijk noord- en zuidwaarts verplaatsen met Transmilenio, het busbedrijf van de overheid. Die rijdt in Chapinero vnl. via de Avenida Caracas, de belangrijkste verticale as.

De goedkoopste optie om te wonen is een gedeeld appartement huren, voor 300 euro de maand vind je iets degelijk.

Via de website www.compartoapto.com vind je voldoende opties.

Vooraleer ik vertrok had ik een tiental adressen opgezocht, maar mijn keuze viel al snel op Residencias Universitarias Mi Casa BlancaAls je iets voor één of meerdere maanden zoekt is dit een aanrader.  

Check best even op voorhand wat hun huidig beleid is m.b.t. bezoek.

vrijdag 30 mei 2014

Roadtrip door Macedonië en Albanië

Met een huurauto reden we een week door Macedonië en Albanië en bezochten enkele van de voornaamste bezienswaardigheden. Op onderstaande map staan de belangrijkste steden die we bezochten omcirkeld.


Zowel in Macedonië als Albanië is het landschap bergachtig, onderschat dus niet de tijd die je nodig hebt om schijnbaar korte afstanden af te leggen. In Macedonië zijn de wegen nog  van goede kwaliteit, maar de wegen van Albanië zitten vol putten. 

Bovendien is er vaak maar één rijvak per richting, dus op kronkelende bergweggetjes zit je vaak vast achter één of meerdere vrachtwagens met een sliert auto’s erachter, dan wordt inhalen een gevaarlijk spelletje. Kortom, in Albanië kan je zelden sneller dan 80 km/u rijden.

Eenmaal aangekomen met de vlieger in Skopje rijden we direct door naar het Ohridmeer.  

Wie van cultuur en gezelligheid houdt zal in Ohrid zeker zijn gading vinden. Ohrid wordt beschouwd als het “Jeruzalem” van de Balkan. Rondom het meer staan 365 Orthodoxe kerkjes, eentje voor elke dag van het jaar.



Er zitten slangen in het meer - we zagen iemand er eentje uit het water vissen - maar die zijn naar verluid ongevaarlijk.


Vanuit het stadje Ohrid kan je een bergwandeling maken, zodat je nog mooiere uitzichten krijgt op het immense meer. De paadjes zijn zeer slecht aangeduid, dus je moet wat zoeken en geluk hebben.


Wat me opvalt is dat er op het platteland van Macedonië overal hetzelfde type huizen staan. Anders dan in Nederland of België, waar bakstenen draagmuren vormen, wordt er hier eerst een geraamte geconstrueerd van gewapend beton. Vervolgens worden de open ruimtes dicht gepuzzeld met bakstenen. 


De volgende dag rijden we langs de zuidkant van het meer richting Albanië. Een niet te missen stop is het klooster van Sint Naum. Volg hier het wandelpad naar de bronnen, daar ligt een goddelijk stukje natuur.


Albanië – of Shqipëria in het Albanees, het land van de adelaars - heeft een bijzondere geschiedenis. Een geschiedenis van geweld en voortdurende invasies van o.a. Turken, Serven en Italianen. Een gevolg van die onderdrukking is dat Albanië gekenmerkt wordt door interreligieuze solidariteit. Katholieken, Orthodoxen en islamieten hebben altijd vreedzaam samengeleefd in Albanië.

Albanië was het laatste land in Oost-Europa dat een transformatie onderging van een totalitair communistisch systeem naar een democratie. Meer dan 40 jaar heerste er een sterk onderdrukkende Stalinistische dictatuur. Onder het communistische regime mochten Albanezen het land niet verlaten en kon het land niet bezocht worden door toeristen. Die isolatie heeft zijn sporen achter gelaten.


Macedonië is arm, maar Albanië ziet er nog een pak armer uit. Wanneer je de grens over rijdt merk je onmiddellijk het verschil. Je gaat precies terug in de tijd. De mensen leven voornamelijk van de landbouw, en beoefenen dit op primitieve wijze (met de hak op het veld).


Dan is het toch opmerkelijk - in een land met bijna geen industrie - dat zo’n 50 % van alle wagens die rondrijden van het merk Mercedes zijn. Er wordt gezegd dat veel van deze wagens gestolen zijn in het rijkere Europa, of dat vele eigenaars ervan betrokken zijn in criminele activiteiten.


In Lazarat, een dorp in het zuiden van Albanië, staan er naar schatting zo’n 300.000 weedplanten. Uiteraard is deze plantage geen hobbyisme van enkele plantenliefhebbers met sandaaltjes en dreadlocks, maar zit de Albanese maffia hierachter. De overheid heeft al  geprobeerd deze plantage te vernietigen, maar de raid mislukte nadat ze beschoten werden vanop de heuvels door maffiosi met machinegeweren. 

Albanië is ook een belangrijk transitland voor heroïne die oorspronkelijk uit Afghanistan via Turkije binnenkomt, en de maffia is tevens actief in mensensmokkel en internationale wapenhandel.

Langs de weg zie je vaak bordjes met LAVAZH, dit zijn plaatsen waar Albanezen het stof van hun auto kunnen laten wassen, zodat hun Mercedes (hét statussymbool bij uitstek in Albanië) weer blinkt alsof hij net uit de showroom komt.


Wat me ook opviel is dat veel Albanese mannen een brede, maar kortgeschoren hanenkam hebben. Later in Skopje kwam ik nog een Albanees tegen op de bus en mocht ik een foto van zijn haar trekken. Omdat zijn vriend grapte dat zijn haar ‘mafia style’ was zal ik dit kapsel de Albanian mafia coupe noemen.

Albanian mafia coupe

De weg van het Ohridmeer naar Tirana loopt bijna helemaal zigzaggend door de bergen. 

Tirana is niet zo’n mooie stad: monotoon, vierkante blokken, zonder franjes, veel autoverkeer en weinig autovrije zones. Koning auto maakt het erg moeilijk om op centrale plekken zoals het Skanderbegplein over te steken.

Skanderbegplein

Skanderbeg (1405–1468) is een nationale held. Als Albanese prins werd hij als gijzelaar naar de Turkse sultan gestuurd. Daar werd hij bekeerd tot de Islam. Later verliet hij het Ottomaanse leger, keerde terug naar Albanië en omarmde het Christendom. Hij nam controle over het Albanese fort Kruja en werd leider van het Albanese leger. In de daarop volgende jaren slaagde Skanderbeg erin 13 Ottomaanse invasies tegen te houden. Skanderbeg staat symbool voor het verzet tegen de overheersing van vreemde mogendheden.


Bezienswaardigheden in Tirana zijn er niet echt. Je moet gewoon door het centrum lopen om de sfeer op te snuiven. Klim zeker eens op de piramide van Tirana. Het is redelijk steil om op de piramide te klimmen, ik denk zelfs dat bij ons zo’n monument niet zou toegelaten worden omdat het te gevaarlijk is. 


Het uitgaansleven in Tirana bevindt zich voornamelijk in de buurt Blloku, meer bepaald in de Rruga Pjeter Bogdani. 

Het nachtleven in Albanië is zeer verschillend t.o.v. België of Nederland. Ik zou het omschrijven als ‘statisch’. Er wordt dansmuziek gedraaid maar weinig gedanst. De meeste mensen zitten aan tafeltjes en er is weinig interactie tussen mensen die elkaar niet van op voorhand kennen. Volgens enkele locals is het not done om tegen vrouwen van andere tafeltjes te praten als er mannen bijzitten.

In Lollipop, één van de populairste clubs, mag je alleen binnen als je samen met één of meerdere vrouwen binnenkomt. Als toerist zal het wel lukken om binnen te geraken als je zegt dat je aan de bar zal blijven zitten.

De clubs waar het meest plezier te beleven viel waren Lizard en Charles’s, maar ook hier blijven de meeste mensen bij hun tafeltje.

De volgende dag rijden we naar Berat. Onderweg nemen we een afslag naar Divjakë. Hier kan je met de auto op het strand rijden. 

We zien een vliegtuigje met gebroken landingsgestel op het strand liggen. We speculeren dat een nachtelijke operatie van drugstrafficanten is misgelopen, toen de ondergrond niet zo vlak bleek als de piloot gedacht had.


Berat wordt ook wel de museumstad of de stad van duizend ramen genoemd. 

Het leukste aan Berat is de berg waarop een grote burcht staat. Van boven op de burcht heb je een prachtig uitzicht op de omliggende bergen.



Ter hoogte van de grote kop zie je ergens ‘NEVER’ staan in de bergen. Op oude foto’s zag ik echter dat er vroeger ‘ENVER’ stond, de voornaam van Hoxha, de communistische dictator die 40 jaar aan de macht bleef, van Albanië het meest geïsoleerde land van Europa maakte en naar schatting zo’n 700.000 bunkers liet bouwen in Albanië. In 1991 werd zijn 10 m hoge standbeeld op het Skanderbegplein omvergetrokken.


De volgende dag maken we een ruige bergtocht die vertrekt vanuit Brar, een klein dorpje nabij Tirana. Hoewel we een plannetje met de wandelroute en een GPS bijhadden zijn we diverse malen het pad kwijtgeraakt. Soms vervaagde het pad, en er was niets van bewijzering. Toen we te ver van het pad afgeweken waren zagen we plotseling een slang wegkruipen, dus let op waar je stapt. 


In de late namiddag rijden we terug naar Macedonië, deze keer slapen we niet in Ohrid maar in Struga, dat ook langs het meer ligt. Vanuit Struga rijden we via Debar en het Mavrovo natuurpark terug richting Skopje.


Enkele kilometers voor Skopje nemen we de afslag naar de Matka Canyon. Vanaf de laatste parking begint een pad. Deze tocht is een must do als je in de buurt van Skopje bent.


Matka Canyon

Skopje is veel sfeervoller als Tirana. Wat ik echter een beetje sneu vind is dat de overheid geprobeerd heeft het stadscentrum meer grandeur te geven door een potpourri van beelden en bombastische neoklassieke gebouwen te plaatsen. Het komt wat kitscherig over. 


Interessant om te bezoeken is Šuto Orizari of Šutka, de Roma-wijk van Skopje. In totaal zijn er meer dan 21.000 zigeuners gehuisvest, en het zou één van de grootste Roma-gemeenschappen van Europa zijn. Šutka heeft een eigen Roma-burgemeester, een eigen TV- en radiozender, en scholen waar er in het Romani en het Macedonisch wordt onderwezen.

Het is niet gevaarlijk om deze wijk te bezoeken. Šutka is bereikbaar met bus 19 of 20 vanuit het centrum van Skopje.


Over het algemeen staan er overal krottenhuisjes, maar er staan ook enkele pronkvilla's tussen. 

Paleis in Šutka

In sommige huizen stond de gypsy-muziek zo luid dat de muren vibreerden en het voegsel tussen de bakstenen begon los te komen. Op de markt liet ik me achteraf een CD’tje aansmeren van Naser Struja, een groep die afkomstig is uit Šutka. 

Šutka is ook de geboorteplaats van Esma Redžepova, de zangeres die Macedonië in 2013 vertegenwoordigde op het Eurovisiesongfestival, en bekend is van het liedje Romano Horo.


Is het nu de moeite om Macedonië en/of Albanië te bezoeken? 

Absoluut, maar m.i. is het wel een one-shot; ik zou er niet terug naar toe gaan. Als je gaat, bezoek dan meer dan één land in de regio. Een interessant traject lijkt me Macedonië -> Albanië  -> Montenegro -> Kosovo. 

maandag 28 april 2014

Een impressie van Odessa

Wie Oekraïne bezoekt, moet zeker eens naar Odessa gaan. De naam alleen al heeft iets exotisch. Moest ik ooit een boot hebben, zou ik haar Odessa noemen. 

Ik bezocht deze stad een aantal jaren geleden in een driestedentrip. Via Krakau in Polen waren we met bus naar Lviv in Oekraïne gereden, en namen van daaruit de nachttrein naar Odessa. Voor de grens van Oekraïne hebben we overigens 3 uur stil gestaan, maar wie douaniers financieel een handje toesteekt mag sneller doorrijden.


Odessa is een heuvelachtige havenstad met uitzicht op de Zwarte Zee. Wie vanuit Lviv komt merkt onmiddellijk dat er hier veel meer Russisch gesproken wordt.

De stad heeft een zekere elegantie, die voornamelijk tot uiting komt in de architectuur, promenades en pleintjes met imposante standbeelden. Vaak zijn de standbeelden veel groter als gewone mensen, met bekende figuren die een wijze of krachtige houding aannemen. Dat deed me denken aan het Sovjettijdperk. Op veel plaatsen in de stad staan er klimrekken en andere toestellen om te fitnessen. 

Anderzijds heeft de stad ook op heel wat plekken een verwaarloosde indruk. We bezochten ergens een museum met waardevolle klassieke schilderijen, maar er zaten overal scheuren in de muren en er vlogen vogels binnen.


Als je van het centrum naar het strand wandelt, moet je eerst een groot verwilderd park doorkruisen, en vervolgens kan je via steile paadjes afdwalen tot bij het strand.

Aan het smalle strand nam ik een “frisse” duik in de zee, niet dat de Zwarte Zee bepaald trots kan zijn op haar properheid. Tevens was de horizon bezaaid met olietankers, van een mooi uitzicht gesproken.

Niet ver van het park liggen de befaamde trappen van Pantserkruiser Potemkin.


Oekraïne is een land waar je als man erg succesvol bent als een goed inkomen hebt. Veel mensen doen aan conspicuous consumption, een begrip uit de sociologie, dat verwijst naar het consumeren van dure producten met als voornaamste doel tonen dat je veel geld hebt.

Na de val van de Sovjet-Unie in 1991 bleef Oekraïne in vergelijking met de andere voormalige lidstaten achter. Veel Oekraïners migreerden naar het buitenland voor een betere toekomst. Het is een arm land waar corruptie welig tiert. Genderrollen zijn eerder traditioneel, veel vrouwen zoeken in de eerste plaats economische zekerheid bij een man.

Oekraïense vrouwen zijn heel erg met hun uiterlijk bezig. Het lijkt wel of ‘mooi zijn’ de belangrijkste taak van de vrouw is. Ze hebben geen grammetje vet te veel, en zijn vaak wat provocerend opgesmukt. Ze dragen minirokjes, panterkleedjes, roze hakschoenen, … 


Wodka is hier spotgoedkoop en er is een breed arsenaal aan verschillende merken. Op straat zie je overdag af en toe iemand wankelen die helemaal weg is van de drank. Wat betreft eten hebben we een lekker gerecht ontdekt in Odessa: tomaten + zure room + dille.

Dat Oekraïne het niet zo nauw neemt met dierenrechten merkten we in de zoo van Odessa. Wat we daar allemaal zagen tartte alle verbeelding. Allereerst waren de dieren niet logisch geplaatst, niet per soort, niet per type leefomgeving. Zowat elke kooi stonk naar de uitwerpselen van het dier dat in de kooi zat (als er een dier in zat). Pauwen zaten er met zes in een kleine kooi waardoor ze hun staart niet konden uitstrekken. De leeuw zijn staart was afgekapt, de wolven liepen zenuwachtig heen en weer in hun kooi, en de beer zat in een bad water dat er volledig zwart uit zag.


Wat me erg fascineerde in Oekraïne waren de Cyrillische opschriften en hoe er met de lettervormen gespeeld wordt. Het is vrij eenvoudig om het alfabet te leren, met een beetje moeite kan je al heel wat ontcijferen.

zondag 19 januari 2014

Top 10 ergernissen van reisleiders

Dit is een artikel dat ik een paar jaar geleden heb geschreven, toen ik nog werkte als reisleider.

Soms mis ik het reisleiderschap wel, omdat het zo avontuurlijk was, maar uiteindelijk was ik het werk een beetje beu, en was op zoek naar een nieuwe uitdaging.

Velen doen de job voor 1 of 2 seizoenen. Dan heb je nog een groot deel mensen die de job echt leuk vinden en het voor ong. 3 jaar doen, en een kleine minderheid blijft voor hele lange termijn in de sector.

Laat er geen twijfel over bestaan: werken als reisleider is een fantastische job, maar soms kon ik me ook ergeren aan bepaalde zaken. Ik denk dat iedereen in elke job dat wel heeft. Zo zal een toiletdame ook wel een hekel hebben wanneer iemand na het eten van een Turkse pita een toilet onrein heeft achtergelaten, of heeft een dokter ook niet graag dat mensen gaan zelfdokteren, en denken dat ze het beter weten omdat ze van alles op het internet gelezen hebben.

Krijg bij het lezen nu niet de indruk dat ik voortdurend geïrriteerd was; ik vertrok elke dag met plezier naar m’n werk. Het was eerder tijdens piekperiodes, of op bestemmingen met veel klachten dat ik makkelijker geprikkeld was vanwege de hoge werkdruk.

Numero uno: Deze zal heel herkenbaar zijn bij andere reisleiders. Vaak zat ik met mijn uniform in het restaurant van een hotel. Juist wanneer ik een hap wilde nemen en kwam er iemand over mijn bord hangen of aan mijn hemd trekken: “Sorry dat ik je stoor tijdens het eten, maar weet je toevallig of …?”

Waarom is dit vervelend? Omdat je zeker niet de enige bent en omdat het eten toch één van die momenten is dat je even van de rust wil genieten. Er zijn voldoende bezoektijden en informatiebijeenkomsten om vragen te stellen.

2. Tijdens de bezoekuren langs komen voor een infomeeting. Men doet er alles aan om de gasten zo goed mogelijk op de hoogte te brengen van de informatiebijeenkomst. Beeld je in dat je in hoogseizoen 4 tot 8 infomeetings op een dag hebt. Telkens hetzelfde verhaal. Een verhaal dat enthousiast gebracht moet worden, of de mensen kopen niet. Tegen het einde van de dag ben je opgebrand. In het hoogseizoen gebeurde het wel eens dat ik mijn stem verloor omdat ik zo veel moest praten. Als er dan mensen tijdens de bezoektijd komen voor een hele uiteenzetting, terwijl er ‘s morgens in hetzelfde hotel een meeting gepland was, is dit wel een beetje frustrerend.

3. De infomap wegnemen. In de infomap staat een heleboel praktische info maar ook de ophaaltijden voor de terugvlucht. Sommige gasten nemen de kaft mee naar hun kamer om te lezen. Of nemen ze hem mee naar het strand om als hoofdsteuntje te gebruiken? Gebruiken kinderen de kaft als springschans voor hun BMX? Soms is de map enkele dagen verdwenen, met als gevolg dat de anderen niet weten om hoe laat ze opgehaald worden de volgende dag voor de luchthaven en dat de reisleider ook geen nieuwe ophaaltijden in de map kan plaatsen.

4. Het niet respecteren van de intieme zone. De Amerikaan Hall heeft de interpersoonlijke ruimte in vier zones verdeeld: de intieme zone (0-45 cm), de persoonlijke zone (45-120 cm), de sociale zone (120-360 cm) en de publieke zone (360-750 cm of meer). Sommige gasten komen heel dicht bij je staan, met hun gezicht op 30 cm verwijderd van jouw gezicht. Dat is niet aangenaam, soms hebben ze een stinkende adem of kunnen ze ziektes doorgeven.

5. “Kan jij een betere kamer voor ons regelen?” Dit is eerder de fout van sommige hotels, die regelmatig kamers voor één dag overboeken of kamers met tekortkomingen verhuren. Hierdoor krijgen de reisleiders extra werk. Als het erg druk is, dan hoop je toch dat gasten het in de eerste plaats zelf eens aan de receptie vragen, die gaan heus niet bijten hoor. Kamers regelen hangt sterk af van je hotelpakket en de bestemming. Tunesië - een goedkope bestemming - was op dat vlak echt een ramp.

6. Wanneer ik door de straten van Gran Canaria in mijn uniform liep, werd ik voortdurend door vreemde mensen aangesproken, alsof er een grote I van info op mijn voorhoofd gedrukt stond. Dit is het uniformeffect. Ik denk dat het een beetje vergelijkbaar is met een politieagent die voortdurend aangesproken wordt om de weg te vragen. Als je op een fiets rijdt heb je dat probleem niet.

7. “Kan jij een plaatsje voor me regelen in het vliegtuig?” Omdat zo veel mensen dit vragen aan de reisleider op de luchthaven wordt het op een bepaald moment vervelend. Wacht gewoon je beurt af en vraag het aan de persoon achter de check-in balie. Plaatsen met extra beenruimte kan je op voorhand mits betaling reserveren.

8. “Wat zijn de weersvoorspellingen?” Weetje: als je in een land woont waar het bijna altijd goed weer is ga je echt niet elke dag het weerbericht volgen. Bovendien hebben de gasten dit vaak zelf al op voorhand op het internet gecheckt. Ik heb ook geen toverstafje waarmee ik de wolken kan doen verdwijnen. Anderzijds, als je die vraag zo dikwijls krijgt kan je het wel als een onderdeel van je job beschouwen, dus als ik ergens iets zag over het weer probeerde ik het wel te memoriseren.

9. Vervelende of irrationele argumenten bij een klacht. Voorbeeld: “De vorige keer toen we op reis waren was dit en dat ook al fout gelopen.” Of stel dat je bijvoorbeeld naar een oplossing zoekt voor een probleem en de gasten doen heel moeilijk waardoor het vinden van een oplossing te lang duurt: “Ik wil ook een compensatie omdat we al een hele vakantiedag kwijt zijn!” Het ergste zijn de persoonlijke aanvallen die niets met de zaak te maken hebben. Waarom zou je moeite doen voor iemand die je staat af te snauwen?

10. “De markt is op zaterdag van 9 tot 12.- Wannéér is die markt?” Godverdomme! Ik heb het juist gezegd, dacht ik dan. Zeer vervelend als gasten tijdens een infomeeting opnieuw vragen wat je juist verteld hebt, zeker als het om saaie praktische info gaat zoals busnummers, openingstijden, enz. Ook hier ligt de oorzaak bij het feit dat je 6 dagen per week werkt en heel veel infomeetings moet geven.


Waar kan jij je soms aan ergeren in je job?