Posts tonen met het label reizen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label reizen. Alle posts tonen

vrijdag 30 mei 2014

Roadtrip door Macedonië en Albanië

Met een huurauto reden we een week door Macedonië en Albanië en bezochten enkele van de voornaamste bezienswaardigheden. Op onderstaande map staan de belangrijkste steden die we bezochten omcirkeld.


Zowel in Macedonië als Albanië is het landschap bergachtig, onderschat dus niet de tijd die je nodig hebt om schijnbaar korte afstanden af te leggen. In Macedonië zijn de wegen nog  van goede kwaliteit, maar de wegen van Albanië zitten vol putten. 

Bovendien is er vaak maar één rijvak per richting, dus op kronkelende bergweggetjes zit je vaak vast achter één of meerdere vrachtwagens met een sliert auto’s erachter, dan wordt inhalen een gevaarlijk spelletje. Kortom, in Albanië kan je zelden sneller dan 80 km/u rijden.

Eenmaal aangekomen met de vlieger in Skopje rijden we direct door naar het Ohridmeer.  

Wie van cultuur en gezelligheid houdt zal in Ohrid zeker zijn gading vinden. Ohrid wordt beschouwd als het “Jeruzalem” van de Balkan. Rondom het meer staan 365 Orthodoxe kerkjes, eentje voor elke dag van het jaar.



Er zitten slangen in het meer - we zagen iemand er eentje uit het water vissen - maar die zijn naar verluid ongevaarlijk.


Vanuit het stadje Ohrid kan je een bergwandeling maken, zodat je nog mooiere uitzichten krijgt op het immense meer. De paadjes zijn zeer slecht aangeduid, dus je moet wat zoeken en geluk hebben.


Wat me opvalt is dat er op het platteland van Macedonië overal hetzelfde type huizen staan. Anders dan in Nederland of België, waar bakstenen draagmuren vormen, wordt er hier eerst een geraamte geconstrueerd van gewapend beton. Vervolgens worden de open ruimtes dicht gepuzzeld met bakstenen. 


De volgende dag rijden we langs de zuidkant van het meer richting Albanië. Een niet te missen stop is het klooster van Sint Naum. Volg hier het wandelpad naar de bronnen, daar ligt een goddelijk stukje natuur.


Albanië – of Shqipëria in het Albanees, het land van de adelaars - heeft een bijzondere geschiedenis. Een geschiedenis van geweld en voortdurende invasies van o.a. Turken, Serven en Italianen. Een gevolg van die onderdrukking is dat Albanië gekenmerkt wordt door interreligieuze solidariteit. Katholieken, Orthodoxen en islamieten hebben altijd vreedzaam samengeleefd in Albanië.

Albanië was het laatste land in Oost-Europa dat een transformatie onderging van een totalitair communistisch systeem naar een democratie. Meer dan 40 jaar heerste er een sterk onderdrukkende Stalinistische dictatuur. Onder het communistische regime mochten Albanezen het land niet verlaten en kon het land niet bezocht worden door toeristen. Die isolatie heeft zijn sporen achter gelaten.


Macedonië is arm, maar Albanië ziet er nog een pak armer uit. Wanneer je de grens over rijdt merk je onmiddellijk het verschil. Je gaat precies terug in de tijd. De mensen leven voornamelijk van de landbouw, en beoefenen dit op primitieve wijze (met de hak op het veld).


Dan is het toch opmerkelijk - in een land met bijna geen industrie - dat zo’n 50 % van alle wagens die rondrijden van het merk Mercedes zijn. Er wordt gezegd dat veel van deze wagens gestolen zijn in het rijkere Europa, of dat vele eigenaars ervan betrokken zijn in criminele activiteiten.


In Lazarat, een dorp in het zuiden van Albanië, staan er naar schatting zo’n 300.000 weedplanten. Uiteraard is deze plantage geen hobbyisme van enkele plantenliefhebbers met sandaaltjes en dreadlocks, maar zit de Albanese maffia hierachter. De overheid heeft al  geprobeerd deze plantage te vernietigen, maar de raid mislukte nadat ze beschoten werden vanop de heuvels door maffiosi met machinegeweren. 

Albanië is ook een belangrijk transitland voor heroïne die oorspronkelijk uit Afghanistan via Turkije binnenkomt, en de maffia is tevens actief in mensensmokkel en internationale wapenhandel.

Langs de weg zie je vaak bordjes met LAVAZH, dit zijn plaatsen waar Albanezen het stof van hun auto kunnen laten wassen, zodat hun Mercedes (hét statussymbool bij uitstek in Albanië) weer blinkt alsof hij net uit de showroom komt.


Wat me ook opviel is dat veel Albanese mannen een brede, maar kortgeschoren hanenkam hebben. Later in Skopje kwam ik nog een Albanees tegen op de bus en mocht ik een foto van zijn haar trekken. Omdat zijn vriend grapte dat zijn haar ‘mafia style’ was zal ik dit kapsel de Albanian mafia coupe noemen.

Albanian mafia coupe

De weg van het Ohridmeer naar Tirana loopt bijna helemaal zigzaggend door de bergen. 

Tirana is niet zo’n mooie stad: monotoon, vierkante blokken, zonder franjes, veel autoverkeer en weinig autovrije zones. Koning auto maakt het erg moeilijk om op centrale plekken zoals het Skanderbegplein over te steken.

Skanderbegplein

Skanderbeg (1405–1468) is een nationale held. Als Albanese prins werd hij als gijzelaar naar de Turkse sultan gestuurd. Daar werd hij bekeerd tot de Islam. Later verliet hij het Ottomaanse leger, keerde terug naar Albanië en omarmde het Christendom. Hij nam controle over het Albanese fort Kruja en werd leider van het Albanese leger. In de daarop volgende jaren slaagde Skanderbeg erin 13 Ottomaanse invasies tegen te houden. Skanderbeg staat symbool voor het verzet tegen de overheersing van vreemde mogendheden.


Bezienswaardigheden in Tirana zijn er niet echt. Je moet gewoon door het centrum lopen om de sfeer op te snuiven. Klim zeker eens op de piramide van Tirana. Het is redelijk steil om op de piramide te klimmen, ik denk zelfs dat bij ons zo’n monument niet zou toegelaten worden omdat het te gevaarlijk is. 


Het uitgaansleven in Tirana bevindt zich voornamelijk in de buurt Blloku, meer bepaald in de Rruga Pjeter Bogdani. 

Het nachtleven in Albanië is zeer verschillend t.o.v. België of Nederland. Ik zou het omschrijven als ‘statisch’. Er wordt dansmuziek gedraaid maar weinig gedanst. De meeste mensen zitten aan tafeltjes en er is weinig interactie tussen mensen die elkaar niet van op voorhand kennen. Volgens enkele locals is het not done om tegen vrouwen van andere tafeltjes te praten als er mannen bijzitten.

In Lollipop, één van de populairste clubs, mag je alleen binnen als je samen met één of meerdere vrouwen binnenkomt. Als toerist zal het wel lukken om binnen te geraken als je zegt dat je aan de bar zal blijven zitten.

De clubs waar het meest plezier te beleven viel waren Lizard en Charles’s, maar ook hier blijven de meeste mensen bij hun tafeltje.

De volgende dag rijden we naar Berat. Onderweg nemen we een afslag naar Divjakë. Hier kan je met de auto op het strand rijden. 

We zien een vliegtuigje met gebroken landingsgestel op het strand liggen. We speculeren dat een nachtelijke operatie van drugstrafficanten is misgelopen, toen de ondergrond niet zo vlak bleek als de piloot gedacht had.


Berat wordt ook wel de museumstad of de stad van duizend ramen genoemd. 

Het leukste aan Berat is de berg waarop een grote burcht staat. Van boven op de burcht heb je een prachtig uitzicht op de omliggende bergen.



Ter hoogte van de grote kop zie je ergens ‘NEVER’ staan in de bergen. Op oude foto’s zag ik echter dat er vroeger ‘ENVER’ stond, de voornaam van Hoxha, de communistische dictator die 40 jaar aan de macht bleef, van Albanië het meest geïsoleerde land van Europa maakte en naar schatting zo’n 700.000 bunkers liet bouwen in Albanië. In 1991 werd zijn 10 m hoge standbeeld op het Skanderbegplein omvergetrokken.


De volgende dag maken we een ruige bergtocht die vertrekt vanuit Brar, een klein dorpje nabij Tirana. Hoewel we een plannetje met de wandelroute en een GPS bijhadden zijn we diverse malen het pad kwijtgeraakt. Soms vervaagde het pad, en er was niets van bewijzering. Toen we te ver van het pad afgeweken waren zagen we plotseling een slang wegkruipen, dus let op waar je stapt. 


In de late namiddag rijden we terug naar Macedonië, deze keer slapen we niet in Ohrid maar in Struga, dat ook langs het meer ligt. Vanuit Struga rijden we via Debar en het Mavrovo natuurpark terug richting Skopje.


Enkele kilometers voor Skopje nemen we de afslag naar de Matka Canyon. Vanaf de laatste parking begint een pad. Deze tocht is een must do als je in de buurt van Skopje bent.


Matka Canyon

Skopje is veel sfeervoller als Tirana. Wat ik echter een beetje sneu vind is dat de overheid geprobeerd heeft het stadscentrum meer grandeur te geven door een potpourri van beelden en bombastische neoklassieke gebouwen te plaatsen. Het komt wat kitscherig over. 


Interessant om te bezoeken is Šuto Orizari of Šutka, de Roma-wijk van Skopje. In totaal zijn er meer dan 21.000 zigeuners gehuisvest, en het zou één van de grootste Roma-gemeenschappen van Europa zijn. Šutka heeft een eigen Roma-burgemeester, een eigen TV- en radiozender, en scholen waar er in het Romani en het Macedonisch wordt onderwezen.

Het is niet gevaarlijk om deze wijk te bezoeken. Šutka is bereikbaar met bus 19 of 20 vanuit het centrum van Skopje.


Over het algemeen staan er overal krottenhuisjes, maar er staan ook enkele pronkvilla's tussen. 

Paleis in Šutka

In sommige huizen stond de gypsy-muziek zo luid dat de muren vibreerden en het voegsel tussen de bakstenen begon los te komen. Op de markt liet ik me achteraf een CD’tje aansmeren van Naser Struja, een groep die afkomstig is uit Šutka. 

Šutka is ook de geboorteplaats van Esma Redžepova, de zangeres die Macedonië in 2013 vertegenwoordigde op het Eurovisiesongfestival, en bekend is van het liedje Romano Horo.


Is het nu de moeite om Macedonië en/of Albanië te bezoeken? 

Absoluut, maar m.i. is het wel een one-shot; ik zou er niet terug naar toe gaan. Als je gaat, bezoek dan meer dan één land in de regio. Een interessant traject lijkt me Macedonië -> Albanië  -> Montenegro -> Kosovo. 

maandag 28 april 2014

Een impressie van Odessa

Wie Oekraïne bezoekt, moet zeker eens naar Odessa gaan. De naam alleen al heeft iets exotisch. Moest ik ooit een boot hebben, zou ik haar Odessa noemen. 

Ik bezocht deze stad een aantal jaren geleden in een driestedentrip. Via Krakau in Polen waren we met bus naar Lviv in Oekraïne gereden, en namen van daaruit de nachttrein naar Odessa. Voor de grens van Oekraïne hebben we overigens 3 uur stil gestaan, maar wie douaniers financieel een handje toesteekt mag sneller doorrijden.


Odessa is een heuvelachtige havenstad met uitzicht op de Zwarte Zee. Wie vanuit Lviv komt merkt onmiddellijk dat er hier veel meer Russisch gesproken wordt.

De stad heeft een zekere elegantie, die voornamelijk tot uiting komt in de architectuur, promenades en pleintjes met imposante standbeelden. Vaak zijn de standbeelden veel groter als gewone mensen, met bekende figuren die een wijze of krachtige houding aannemen. Dat deed me denken aan het Sovjettijdperk. Op veel plaatsen in de stad staan er klimrekken en andere toestellen om te fitnessen. 

Anderzijds heeft de stad ook op heel wat plekken een verwaarloosde indruk. We bezochten ergens een museum met waardevolle klassieke schilderijen, maar er zaten overal scheuren in de muren en er vlogen vogels binnen.


Als je van het centrum naar het strand wandelt, moet je eerst een groot verwilderd park doorkruisen, en vervolgens kan je via steile paadjes afdwalen tot bij het strand.

Aan het smalle strand nam ik een “frisse” duik in de zee, niet dat de Zwarte Zee bepaald trots kan zijn op haar properheid. Tevens was de horizon bezaaid met olietankers, van een mooi uitzicht gesproken.

Niet ver van het park liggen de befaamde trappen van Pantserkruiser Potemkin.


Oekraïne is een land waar je als man erg succesvol bent als een goed inkomen hebt. Veel mensen doen aan conspicuous consumption, een begrip uit de sociologie, dat verwijst naar het consumeren van dure producten met als voornaamste doel tonen dat je veel geld hebt.

Na de val van de Sovjet-Unie in 1991 bleef Oekraïne in vergelijking met de andere voormalige lidstaten achter. Veel Oekraïners migreerden naar het buitenland voor een betere toekomst. Het is een arm land waar corruptie welig tiert. Genderrollen zijn eerder traditioneel, veel vrouwen zoeken in de eerste plaats economische zekerheid bij een man.

Oekraïense vrouwen zijn heel erg met hun uiterlijk bezig. Het lijkt wel of ‘mooi zijn’ de belangrijkste taak van de vrouw is. Ze hebben geen grammetje vet te veel, en zijn vaak wat provocerend opgesmukt. Ze dragen minirokjes, panterkleedjes, roze hakschoenen, … 


Wodka is hier spotgoedkoop en er is een breed arsenaal aan verschillende merken. Op straat zie je overdag af en toe iemand wankelen die helemaal weg is van de drank. Wat betreft eten hebben we een lekker gerecht ontdekt in Odessa: tomaten + zure room + dille.

Dat Oekraïne het niet zo nauw neemt met dierenrechten merkten we in de zoo van Odessa. Wat we daar allemaal zagen tartte alle verbeelding. Allereerst waren de dieren niet logisch geplaatst, niet per soort, niet per type leefomgeving. Zowat elke kooi stonk naar de uitwerpselen van het dier dat in de kooi zat (als er een dier in zat). Pauwen zaten er met zes in een kleine kooi waardoor ze hun staart niet konden uitstrekken. De leeuw zijn staart was afgekapt, de wolven liepen zenuwachtig heen en weer in hun kooi, en de beer zat in een bad water dat er volledig zwart uit zag.


Wat me erg fascineerde in Oekraïne waren de Cyrillische opschriften en hoe er met de lettervormen gespeeld wordt. Het is vrij eenvoudig om het alfabet te leren, met een beetje moeite kan je al heel wat ontcijferen.

maandag 3 december 2012

Van Natal naar Recife, Salvador, Porto Seguro, Rio de Janeiro en São Paulo

Voor ik in Rio aankwam bezocht ik Natal, Recife, Salvador en Porto Seguro. Dat was best wel een grote afstand die ik met de bus gereisd heb (zo’n 3000 km). De busritten duurden vaak langer dan 10 uur. Ik reisde ’s nachts, dan ging de tijd sneller voorbij en spaarde ik een nacht in een hostel uit. 



Na enkele maanden wonen in Rio heb ik van daaruit nog São Paulo bezocht. Even een kort verslag van de indruk die deze steden achtergelaten hebben.

Natal

Natal is een van de plaatsen met het meeste aantal zonuren per jaar in Brazilië. Natal heeft mooie stranden en er loopt een groot duinenreservaat langs de kust. Het zeewater is er een pak warmer dan in Rio de Janeiro. Je kan er vrij goed surfen en je hebt geen wetsuit nodig.


Natal is een goede stad om te beginnen in Brazilië, omdat het een tamelijk veilige en propere stad is. Anderzijds vond ik de stad een beetje zielloos, omdat de stad gekenmerkt wordt door hoge buildings, brede banen en grote afstanden. Als je daar woont moet je een auto hebben. Wat Natal niet heeft in mijn opinie is een gezellig centrum.

Op de meeste feestjes in Natal speelt men Forrómuziek, typische muziek van het Noordoosten om met twee op te dansen. Elke donderdag is er een sambastraatfeest in het hoge oude stadsgedeelte.
Wat ik niet bezocht heb is het strand Pipa. Dat ligt op 80 km van Natal en schijnt wel de moeite te zijn. Een backpacker-meisje vertelde me tijdens de busreis dat ze daar in de natuur met dolfijnen had gezwommen.

Recife

Recife betekent rif. Er loopt een groot rif langs de kustlijn. Recife is een van de grootse Braziliaanse steden en gaf een drukke indruk bij aankomst. 

De mooiste plek in Recife is Olinda, een charmant en rustig koloniaal dorpje met een heuvel van waarop je ’s nachts een mooi zicht hebt op de skyline van Recife. Olinda is ook de beste plek om te slapen, van daaruit is het niet ver met de bus naar het centrum.

Ik sliep daar in een hostel. Slapen in een hostel is goedkoop maar heeft ook zijn nadelen. Ik zat samen met zes andere mensen op een kamer. Ik was niet echt gerust over de veiligheid van m'n gerief. Sommige dingen kon ik in een schuif met slot steken, maar mijn valies en het grootste deel van mijn spullen moesten op het bed blijven liggen.

Verder had ik niet veel privacy, sommige backpackers hadden een sterke voetgeur, de badkamer was voortdurend bezet, en de nachtrust was nog het ergste. Ik kwam laat binnen, moest in het pikkedonker mijn pyjama aandoen, tanden poetsen en maakte iedereen wakker toen ik op het krakende stapelbed klom. ’s Morgens werd ik dan weer gewekt door de vroege vogels die het gerantsoeneerde ontbijt gingen plunderen.

Ik vond Recife niet zo'n mooie stad. Het oude centrum was niet zo bijzonder, andere wijken waren heel vuil en Recife is één van de gevaarlijkste steden van BrazilIë.

Het modernste gedeelte van Recife ligt langs het strand, de wijk heet Boa Viagem. Langs Boa Viagem ligt een lang en breed zandstrand.
Het probleem echter met het strand van Recife is dat bij het aanleggen van de haven de natuurlijke habitat van haaien verstoord is met vele aanvallen op mensen tot gevolg (kleine opmerking: niet iedereen sluit zich aan bij deze theorie). In 20 jaar waren er 56 aanvallen, waarvan 21 dodelijk. Over de hele kustlijn staan er waarschuwingsborden die afraden om te zwemmen.
Vooral surfers waren hiervan het slachtoffer. Anderzijds, als je met een grote groep surfers gaat, is de kans kleiner dat de haai jou er uit zou pakken. In ieder geval zou ik zeker een rambo-mes meenemen, zodat je een oog van de haai kan uitsteken. Dan zal ie wel anders piepen.
Salvador
Ik keek uit naar Salvador. Salvador is bekend voor haar muziek, capoeira, Candomblé, en carnaval zou daar authentieker zijn dan in Rio.
Jammer genoeg ben ik in Salvador de eerste dagen verschillende keren naar het ziekenhuis moeten gaan. Ik had ergens in Natal of Recife een parasiet of bacterie opgelopen met diarree tot gevolg. Ik was eerst naar een privaat ziekenhuis geweest, maar dat was pé-per-duur. Gelukkig ontmoette ik daar een professor van de universiteit die gespecialiseerd was in gastrologie.
Hij vond het leuk dat hij iemand ontmoette waarmee hij zijn Frans kon oefenen (in Brazilië hebben ze veel aanzien voor de Franse taal). Hij nodigde me uit om later die dag hem te komen opzoeken in een publiek hospitaal. Het goede aan Braziliaanse gezondheidszorg is dat publieke hospitalen voor iedereen volledig gratis zijn. Je moet wel langer wachten dan in private, en ze hebben niet altijd dezelfde middellen. Ik zat daar tussen een gigantische groep mensen te wachten.
Na vele uren in het hospitaal, enkele wederbezoeken en het uitproberen van verschillende medicaties was ik er vanaf.
Salvador is de stad in Brazilië met proportioneel het grootste aantal zwarten, vanwege de slaveninvoer uit het verleden. Als je die Afrikaanse invloeden wil ontdekken moet je op dinsdagavond naar de straatfeesten in Pelourinho gaan. Pelhourinho is het oude stadsgedeelte en het culturele hart van Salvador. 
Na Rio was Salvador de tweede interessantste stad die ik bezocht heb. Het is een heuvelachtige stad, qua inrichting vrij bijzonder, omdat het centrum op een plateau gebouwd is met de drukkere banen in lagere gedeeltes.


Ik verbleef in de buurt Rio Vermelho. Deze buurt is tamelijk veilig en tevens de beste plek om uit te gaan. De discotheken in Salvador zijn tamelijk duur en voornamelijk gericht tot de elite. Je komt er voornamelijk dat kleinere blanke gedeelte van Salvador tegen. In BrazilIië is huidskleur een tamelijk goede indicator voor sociale klasse.

De inkomprijzen waren hoog. Vaak betaal je tussen 50 en 70 reais entreegeld (50 R = 19 euro, 70 R = 26 euro).

De beste discotheken liggen in Rua Conselheiro Pedro Luís. Toen ik overdag door deze straat liep leek dit helemaal niet op een uitgaansbuurt, maar donderdag-, vrijdag- en zaterdagavond is er leven in de brouwerij.
Op donderdag kan je best naar Segundo gaan, op zaterdag waren Zen en Borracharia de beste clubs. Of je kan eens rondvragen naar de place 2B en rondkijken waar er een rij staat.
In Salvador kan je ook surfen. De golven waren op dat moment niet zo hoog maar wel surfwaardig.
Porto Seguro
In Porto Seguro ben ik maar twee dagen gebleven, omdat het kleinschalig is. Wat me onmiddellijk opviel is dat er veel mensen met indiaans uiterlijk wonen.

Arraial d’Ajuda is volgens sommigen een van de mooiste stranden van Brazilië, een typisch wit strand met palmbomen.


Wat je zeker daar moet bezoeken is het indianenreservaat en de eerste koloniale nederzetting van de Portugezen. Je kan daar het eerste merkteken zien dat ze hebben achtergelaten in Zuid-Amerika, een gegraveerde steen.



Rio de Janeiro
Rio de Janeiro is de mooiste stad ter wereld die ik ooit gezien heb. Er is veel strand, zowel aan de zuid- als de oostkant, hoewel zwemmen aan de oostkant afgeraden wordt vanwege vervuiling.

Het mooiste strand is Ipanema, omdat je daar uitkijkt op de tweekoppige berg. Er lopen ook minder verkopers rond dan op Copacabana, waardoor het iets rustiger is. De properste stranden liggen in Barra da Tijuca (bvb. Recreio). Deze stranden zijn niet zo druk als Copa en Ipanema.

Je kan niet overal recht van punt A naar punt B gaan, omdat er vele heuvels in de stad liggen. Op die heuvels zijn favelas gebouwd. Verder blijven er nog grote stukken jungle over op die heuvels, waardoor er veel groen in de stad is. Midden in de stad zie je soms aapjes in de bomen klimmen!


Drie zaken die me enorm aanspreken in Rio zijn BJJ, surfen en het nachtleven:

-Er zijn - ik schat - tussen de 20 en 30 Brazilian Jiu-jitsu scholen. Voor de state of the art moet je absoluut in Rio zijn. 

-De beste tijd om te surfen is in de winter (april tot oktober). Het zeewater is Rio is redelijk koud, maar in de zomer wordt het warmer. Klink op de links voor de beste surfspots en de golfvoorspellingen.

-Ten slotte heeft Rio een uitstekend uitgaansleven. Er is een groot aanbod, maar alles ligt verspreid en de entreeprijzen variëren sterk, dus je moet in het begin wel even zoeken en gokken.

São Paulo

Met 16 miljoen inwoners kan je wel wat verwachten. São Paulo is een betonnen jungle, een kosmopolitische stad, de locomotief en het economisch hart van Brazilië.

Er is wat rivaliteit tussen Paulistas en Cariocas. Cariocas staan bekend als relaxte mensen die graag genieten van het strand en uitgaan, terwijl de Paulistas eerder hardwerkende mensen zijn.

São Paulo heeft niet het mooie landschap en stranden zoals Rio, maar op cultureel vlak (muziek, musea, gastronomie, ...) heeft deze stad een veel gevarieerder aanbod. Ook op vlak van werk zijn er meer opportuniteiten in São Paulo. São Paulo was de enige stad in Brazilië waar ik veel Aziaten zag, vnl. migranten uit Japan en Zuid-Korea.  Bezoek zeker eens de Japanse wijk 'Liberdade'.

Over heel de stad zie je veel pixação (cryptische tagstijl) en legale graffiti van o.a. Os Gêmeos. In de wijk Vila Madalena organiseert men street art tours. Je kan ook zelf naar o Beco do Batman gaan, een graffitistraatje in Vila Madalena.

In het centrum ligt een buurt die je beter vermijdt, deze heeft de bijnaam Cracolandia gekregen. De politie heeft deze buurt al proberen op te kuisen door junkies te verplichten naar afkickcentra te gaan.


Pas wanneer je een wolkenkrabber bestijgt, krijg je een totaalbeeld over de stad. Als je dit niet doet ga je echt iets missen!

São Paulo als stad heeft me niet gecharmeerd zoals Rio of Salvador, maar alleen al omdat het zo'n gigantische stad is, is het een bezoekje waard. Na een week wou ik terug naar Rio.

Wat heeft deze reis me o.a. geleerd? De steden liggen zo ver uit mekaar waardoor ze zeer verschillend zijn. Het lijkt soms alsof je in een ander land komt. Elke regio heeft haar eigen muziekstijlen en type bevolking. Als je mij vraagt wat ik de leukste stad vond moet ik niet lang nadenken, maar als je alleen Rio bezoekt heb je een te eenzijdig beeld van Brazilië.

vrijdag 27 april 2012

Trip naar Belize: Lamanai & Belize City

Dit is het verslag van een tweedaagse trip vanuit Playa del Carmen in Mexico naar Belize.

Kort nadat we in Playa het tankstation uitrijden worden we aan de kant gezet door twee zwaantjes. Hoewel we gewoon de stroom van het verkeer gevolgd hebben krijgen we een bekeuring voor te hoge snelheid. De agent zegt dat we mee naar het bureau moeten rijden om de boete te betalen. Ik leg hem uit dat we daar geen tijd voor hebben, slechts anderhalve dag om 450 km heen en terug te rijden.

Na een tijdje onderhandelen kan hij een speciale regeling maken. “Uit-zon-der-lijk” vandaag kan ik de boete direct aan hem betalen. De manier waarop hij uitzonderlijk zegt zou hem zeker en vast een Oscarnominatie opleveren. Hij geeft subtiel een schrijfplankje door het raam en zegt dat ik het geld onder een papier mag schuiven. 200 pesos. Op deze manier geregeld omdat het de snelste uitweg was.

In de achteruitkijkspiegel zie ik beide agenten met een smile het winkelcentrum indraaien. Ze zullen hun buit gebruiken om hun varkensbuikjes te vullen in de Mc Donalds.


De afstand tussen Tulum en Belize City bedraagt ongeveer 450 km

Na 2,5 uur zuidwaarts rijden op een rechte baan door de jungle komen we aan bij Bacalar, een prachtige azuurblauwe lagune in de buurt van Chetumal. Op dit moment is er nog niet veel toerisme omdat het zo ver van de luchthaven in Cancun ligt.


Laguna Bacalar

Vlakbij Bacalar ligt cenote Azul. Met 90 meter diepte is dit een van de grootste cenotes ter wereld. Hier kan je lekker eten in het restaurant aan het water en zwemmen met grote vissen tussen gigantische boomwortels. Van daaruit is het niet meer ver naar de grens van Belize.


Cenote Azul

De grens tussen Mexico en Belize wordt gevormd door de Rio Hondo. "Welcome to Belize" zegt de olijke grenswachter, maar om Belize binnen te mogen moeten we eerst nog onze auto laten ontsmetten (pure quatsch als je ’t mij vraagt) en een autoverzekering voor Belize kopen. De ontsmettingsprocedure is niet meer dan wat flauw gepomp en 5 seconden met een spuitje aan de onderkant van de auto spuiten. Dit is een weinig creatieve manier van geldklopperij, want Belizaanse auto’s die uit Mexico komen moeten niets betalen.


Grens tussen Mexico en Belize

In Belize kan je met Amerikaanse dollars betalen of met Belize dollars. Een Belize dollar is exact de helft van een Amerikaanse dollar waard. Een koers die niet veranderd. 

Als je Belize binnen rijdt merk je direct het verschil met Mexico, het is veel armer. Het lijkt een dood en vergeten land. Weinig auto’s, lage bevolkingsdichtheid, verpauperde infrastructuur. De hoofdweg door het land is een simpele betonnen weg vol bulten en scheuren met slechts één rijstrook per richting. Er is bijna geen wegbewijzering. Je moet hier goed oppassen voor de verkeerdrempels want die staan niet aangeduid met borden zoals in Mexico.



Het landschap dat we doorkruisen  is plat en groen: grasachtig en regenwoud. Er wordt veel aan landbouw gedaan. Opvallend zijn de vele houten huisjes en low rider fietsen die je ziet rijden.


De low rider bike rijdt overal rond in Belize

De bevolking van Belize bestaat voor namelijk uit mestiezen, creolen en Maya’s. De voertaal is Engels. Dit is uitzonderlijk want in alle omliggende landen wordt er Spaans gesproken. De vele zwarten zijn afkomstig uit Jamaica en Barbados, die als slaven werden meegevoerd door de Engelsen. Je krijgt dan ook wel het gevoel soms dat je in Jamaica bent.

Na twee uur bollen vanaf de grens komen we aan in Belize City, de vroegere hoofdstad (na een verwoestende orkaan werd Belmopan de hoofdstad), maar met 61 000 inwoners nog wel de stad met het meeste aantal inwoners. Dat is erg weinig voor de grootste stad van een land. Dit geeft een goed beeld hoe kleinschalig Belize als land is.

Door de bouwvallige houten huisjes en zwarte mensen heeft Belize City veel weg van een gettobuurt, en dat is geen onterechte opmerking, want er is veel criminaliteit. ’s Nachts op straat lopen is niet geheel ongevaarlijk. In de krant lezen we dat er in het paasweekend in totaal vijf brute moorden op straat zijn gepleegd.


Geen ongewoon beeld in Belize City

Je ziet hier armoede. Zwervers op straat, zeer lage prijzen, weinig nieuwbouw. Als stad heeft het me die ene nacht niet echt kunnen charmeren omdat er weinig uitgaansmogelijkheden waren. In het centrum (naast de Swing bridge) hebben we maar één bar met muziek gezien, reggaestijl. Volgens een local drinken de meeste mensen thuis. Cultureel is het wel interessant, met geen enkele andere stad te vergelijken. Het lijkt op Afrika in Centraal-Amerika.


De Swing Bridge wordt elke morgend en avond door vier mannen handmatig geopend

Vanuit Belize City kan je o.a. boottochten maken naar de Cayes, eilandjes met prachtige koraalriffen. Wij besluiten dit niet te doen wegens de te beperkte tijd. Uit navraag bij enkele locals bleek dat Lamanai het mooiste is in deze regio om te bezoeken als je maar één dag hebt. Zodus rijden we de volgende morgen terug noordwaarts naar de Toll Bridge nabij Orange Walk.

Van hieruit kan je voor 40 Amerikaanse dollars een bootexcursie door de jungle maken naar Lamanai, een van de oudste tempels in het Mayarijk.

Onderweg zie je aapjes, krokodillen en veel vogels. Dit land is nog erg ongerept. De rivier werd door de Engelsen herbenoemd tot ‘New River’ maar heette vroeger ‘River of the Strange Faces’, omdat deze rivier als enige weg door de jungle fungeerde en je hier vele onbekende gezichten tegenkwam. De rivier heeft veel scherpe bochten en splitsingen. Onze gids kent het parcour duidelijk uit zijn broekzak, hij vaart met hoge snelheid en via binnenwegen.



Plotseling begint het ongelooflijk hard te regenen. De gids geeft een zeil om over ons te trekken maar het kan niet baten. Kletsnat tot op de onderbroek. Mijn gsm bleek achteraf kapot van het water.

Na twee uur varen komen we aan in een breder gedeelte van de rivier, best wel indrukwekkend. Hier leggen we aan, om de rest van onze tocht verder te voet af te leggen. Tussen de hoge bomen schuilt een prachtig tempelcomplex van de Maya’s. Een verborgen schat in de jungle. Terwijl we via een zandpad tussen de bomen steil omhoog klimmen doet de moessonregen haar huishouden. Op de achtergrond horen we aapjes hoog in de bomen brullen. De jungle van Belize staat ook bekend voor een hoge jaguarpopulatie, maar om die te zien moet je al veel geluk hebben.


Mensen die dit ooit ontdekt hebben moeten zich echte avonturiers gevoeld hebben             


Zicht van de tempel op de New River

Op de terugweg moesten we aan de grens nog eens 20 dollar natuurtax betalen om Belize te kunnen verlaten. Op die manier verdient de staat toch iets aan de toeristen.

Tussen de douane van Belize en de douane van Mexico ligt de Commercial Free Zone, een afgesloten terrein met goedkope drank-, en prullariawinkels op Belizaans grondgebied dat je mag betreden zonder de douane van Belize te passeren. Hier komen veel Mexicanen inkopen doen. Biggest brol ever, deze laatste stop is naar mijn mening geen absolute must-do.

Het mooie aan Belize is dat het zo ongerept is en dat er weinig toeristen zijn. Anderzijds heeft het een desolate indruk vanwege de lage bevolkingsdichtheid en verouderde infrastructuur. Als je een beetje avontuurlijk bent ingesteld is Belize echt iets voor jou.