maandag 3 december 2012

Van Natal naar Recife, Salvador, Porto Seguro, Rio de Janeiro en São Paulo

Voor ik in Rio aankwam bezocht ik Natal, Recife, Salvador en Porto Seguro. Dat was best wel een grote afstand die ik met de bus gereisd heb (zo’n 3000 km). De busritten duurden vaak langer dan 10 uur. Ik reisde ’s nachts, dan ging de tijd sneller voorbij en spaarde ik een nacht in een hostel uit. 



Na enkele maanden wonen in Rio heb ik van daaruit nog São Paulo bezocht. Even een kort verslag van de indruk die deze steden achtergelaten hebben.

Natal

Natal is een van de plaatsen met het meeste aantal zonuren per jaar in Brazilië. Natal heeft mooie stranden en er loopt een groot duinenreservaat langs de kust. Het zeewater is er een pak warmer dan in Rio de Janeiro. Je kan er vrij goed surfen en je hebt geen wetsuit nodig.


Natal is een goede stad om te beginnen in Brazilië, omdat het een tamelijk veilige en propere stad is. Anderzijds vond ik de stad een beetje zielloos, omdat de stad gekenmerkt wordt door hoge buildings, brede banen en grote afstanden. Als je daar woont moet je een auto hebben. Wat Natal niet heeft in mijn opinie is een gezellig centrum.

Op de meeste feestjes in Natal speelt men Forrómuziek, typische muziek van het Noordoosten om met twee op te dansen. Elke donderdag is er een sambastraatfeest in het hoge oude stadsgedeelte.
Wat ik niet bezocht heb is het strand Pipa. Dat ligt op 80 km van Natal en schijnt wel de moeite te zijn. Een backpacker-meisje vertelde me tijdens de busreis dat ze daar in de natuur met dolfijnen had gezwommen.

Recife

Recife betekent rif. Er loopt een groot rif langs de kustlijn. Recife is een van de grootse Braziliaanse steden en gaf een drukke indruk bij aankomst. 

De mooiste plek in Recife is Olinda, een charmant en rustig koloniaal dorpje met een heuvel van waarop je ’s nachts een mooi zicht hebt op de skyline van Recife. Olinda is ook de beste plek om te slapen, van daaruit is het niet ver met de bus naar het centrum.

Ik sliep daar in een hostel. Slapen in een hostel is goedkoop maar heeft ook zijn nadelen. Ik zat samen met zes andere mensen op een kamer. Ik was niet echt gerust over de veiligheid van m'n gerief. Sommige dingen kon ik in een schuif met slot steken, maar mijn valies en het grootste deel van mijn spullen moesten op het bed blijven liggen.

Verder had ik niet veel privacy, sommige backpackers hadden een sterke voetgeur, de badkamer was voortdurend bezet, en de nachtrust was nog het ergste. Ik kwam laat binnen, moest in het pikkedonker mijn pyjama aandoen, tanden poetsen en maakte iedereen wakker toen ik op het krakende stapelbed klom. ’s Morgens werd ik dan weer gewekt door de vroege vogels die het gerantsoeneerde ontbijt gingen plunderen.

Ik vond Recife niet zo'n mooie stad. Het oude centrum was niet zo bijzonder, andere wijken waren heel vuil en Recife is één van de gevaarlijkste steden van BrazilIë.

Het modernste gedeelte van Recife ligt langs het strand, de wijk heet Boa Viagem. Langs Boa Viagem ligt een lang en breed zandstrand.
Het probleem echter met het strand van Recife is dat bij het aanleggen van de haven de natuurlijke habitat van haaien verstoord is met vele aanvallen op mensen tot gevolg (kleine opmerking: niet iedereen sluit zich aan bij deze theorie). In 20 jaar waren er 56 aanvallen, waarvan 21 dodelijk. Over de hele kustlijn staan er waarschuwingsborden die afraden om te zwemmen.
Vooral surfers waren hiervan het slachtoffer. Anderzijds, als je met een grote groep surfers gaat, is de kans kleiner dat de haai jou er uit zou pakken. In ieder geval zou ik zeker een rambo-mes meenemen, zodat je een oog van de haai kan uitsteken. Dan zal ie wel anders piepen.
Salvador
Ik keek uit naar Salvador. Salvador is bekend voor haar muziek, capoeira, Candomblé, en carnaval zou daar authentieker zijn dan in Rio.
Jammer genoeg ben ik in Salvador de eerste dagen verschillende keren naar het ziekenhuis moeten gaan. Ik had ergens in Natal of Recife een parasiet of bacterie opgelopen met diarree tot gevolg. Ik was eerst naar een privaat ziekenhuis geweest, maar dat was pé-per-duur. Gelukkig ontmoette ik daar een professor van de universiteit die gespecialiseerd was in gastrologie.
Hij vond het leuk dat hij iemand ontmoette waarmee hij zijn Frans kon oefenen (in Brazilië hebben ze veel aanzien voor de Franse taal). Hij nodigde me uit om later die dag hem te komen opzoeken in een publiek hospitaal. Het goede aan Braziliaanse gezondheidszorg is dat publieke hospitalen voor iedereen volledig gratis zijn. Je moet wel langer wachten dan in private, en ze hebben niet altijd dezelfde middellen. Ik zat daar tussen een gigantische groep mensen te wachten.
Na vele uren in het hospitaal, enkele wederbezoeken en het uitproberen van verschillende medicaties was ik er vanaf.
Salvador is de stad in Brazilië met proportioneel het grootste aantal zwarten, vanwege de slaveninvoer uit het verleden. Als je die Afrikaanse invloeden wil ontdekken moet je op dinsdagavond naar de straatfeesten in Pelourinho gaan. Pelhourinho is het oude stadsgedeelte en het culturele hart van Salvador. 
Na Rio was Salvador de tweede interessantste stad die ik bezocht heb. Het is een heuvelachtige stad, qua inrichting vrij bijzonder, omdat het centrum op een plateau gebouwd is met de drukkere banen in lagere gedeeltes.


Ik verbleef in de buurt Rio Vermelho. Deze buurt is tamelijk veilig en tevens de beste plek om uit te gaan. De discotheken in Salvador zijn tamelijk duur en voornamelijk gericht tot de elite. Je komt er voornamelijk dat kleinere blanke gedeelte van Salvador tegen. In BrazilIië is huidskleur een tamelijk goede indicator voor sociale klasse.

De inkomprijzen waren hoog. Vaak betaal je tussen 50 en 70 reais entreegeld (50 R = 19 euro, 70 R = 26 euro).

De beste discotheken liggen in Rua Conselheiro Pedro Luís. Toen ik overdag door deze straat liep leek dit helemaal niet op een uitgaansbuurt, maar donderdag-, vrijdag- en zaterdagavond is er leven in de brouwerij.
Op donderdag kan je best naar Segundo gaan, op zaterdag waren Zen en Borracharia de beste clubs. Of je kan eens rondvragen naar de place 2B en rondkijken waar er een rij staat.
In Salvador kan je ook surfen. De golven waren op dat moment niet zo hoog maar wel surfwaardig.
Porto Seguro
In Porto Seguro ben ik maar twee dagen gebleven, omdat het kleinschalig is. Wat me onmiddellijk opviel is dat er veel mensen met indiaans uiterlijk wonen.

Arraial d’Ajuda is volgens sommigen een van de mooiste stranden van Brazilië, een typisch wit strand met palmbomen.


Wat je zeker daar moet bezoeken is het indianenreservaat en de eerste koloniale nederzetting van de Portugezen. Je kan daar het eerste merkteken zien dat ze hebben achtergelaten in Zuid-Amerika, een gegraveerde steen.



Rio de Janeiro
Rio de Janeiro is de mooiste stad ter wereld die ik ooit gezien heb. Er is veel strand, zowel aan de zuid- als de oostkant, hoewel zwemmen aan de oostkant afgeraden wordt vanwege vervuiling.

Het mooiste strand is Ipanema, omdat je daar uitkijkt op de tweekoppige berg. Er lopen ook minder verkopers rond dan op Copacabana, waardoor het iets rustiger is. De properste stranden liggen in Barra da Tijuca (bvb. Recreio). Deze stranden zijn niet zo druk als Copa en Ipanema.

Je kan niet overal recht van punt A naar punt B gaan, omdat er vele heuvels in de stad liggen. Op die heuvels zijn favelas gebouwd. Verder blijven er nog grote stukken jungle over op die heuvels, waardoor er veel groen in de stad is. Midden in de stad zie je soms aapjes in de bomen klimmen!


Drie zaken die me enorm aanspreken in Rio zijn BJJ, surfen en het nachtleven:

-Er zijn - ik schat - tussen de 20 en 30 Brazilian Jiu-jitsu scholen. Voor de state of the art moet je absoluut in Rio zijn. 

-De beste tijd om te surfen is in de winter (april tot oktober). Het zeewater is Rio is redelijk koud, maar in de zomer wordt het warmer. Klink op de links voor de beste surfspots en de golfvoorspellingen.

-Ten slotte heeft Rio een uitstekend uitgaansleven. Er is een groot aanbod, maar alles ligt verspreid en de entreeprijzen variëren sterk, dus je moet in het begin wel even zoeken en gokken.

São Paulo

Met 16 miljoen inwoners kan je wel wat verwachten. São Paulo is een betonnen jungle, een kosmopolitische stad, de locomotief en het economisch hart van Brazilië.

Er is wat rivaliteit tussen Paulistas en Cariocas. Cariocas staan bekend als relaxte mensen die graag genieten van het strand en uitgaan, terwijl de Paulistas eerder hardwerkende mensen zijn.

São Paulo heeft niet het mooie landschap en stranden zoals Rio, maar op cultureel vlak (muziek, musea, gastronomie, ...) heeft deze stad een veel gevarieerder aanbod. Ook op vlak van werk zijn er meer opportuniteiten in São Paulo. São Paulo was de enige stad in Brazilië waar ik veel Aziaten zag, vnl. migranten uit Japan en Zuid-Korea.  Bezoek zeker eens de Japanse wijk 'Liberdade'.

Over heel de stad zie je veel pixação (cryptische tagstijl) en legale graffiti van o.a. Os Gêmeos. In de wijk Vila Madalena organiseert men street art tours. Je kan ook zelf naar o Beco do Batman gaan, een graffitistraatje in Vila Madalena.

In het centrum ligt een buurt die je beter vermijdt, deze heeft de bijnaam Cracolandia gekregen. De politie heeft deze buurt al proberen op te kuisen door junkies te verplichten naar afkickcentra te gaan.


Pas wanneer je een wolkenkrabber bestijgt, krijg je een totaalbeeld over de stad. Als je dit niet doet ga je echt iets missen!

São Paulo als stad heeft me niet gecharmeerd zoals Rio of Salvador, maar alleen al omdat het zo'n gigantische stad is, is het een bezoekje waard. Na een week wou ik terug naar Rio.

Wat heeft deze reis me o.a. geleerd? De steden liggen zo ver uit mekaar waardoor ze zeer verschillend zijn. Het lijkt soms alsof je in een ander land komt. Elke regio heeft haar eigen muziekstijlen en type bevolking. Als je mij vraagt wat ik de leukste stad vond moet ik niet lang nadenken, maar als je alleen Rio bezoekt heb je een te eenzijdig beeld van Brazilië.

donderdag 29 november 2012

Vigidal en Morro Dois Irmãos, Rio de Janeiro


“Ik heb reeds Santa Marta en Rocinha bezocht, welke favela’s zijn nog de moeite om te bezoeken?” vraag ik aan de taxichauffeur.

“In Vigidal heb je een mooi uitzicht over Ipanema, Complexo do Alemão heeft een kabelbaan.
“Is het niet gevaarlijk?”

“Nee, ze zijn allen gepacificeerd.”
Een week daarop word ik weer wakker met ontdekkingsdrang. Rio is groot en ik wil tegen het einde van mijn verblijf alle verborgen plekken ontdekt hebben. Ik besluit  die dag Vigidal te verkennen. Vigidal ligt tussen Leblon, São Conrado en Rocinha, en het is de favela die het mooiste uitzicht over de oceaan heeft.

Wanneer ik erheen fiets -en door Rio fietsen is geen pretje want er zijn bijna geen fietspaden- zie ik weer zo'n contrastbeeld dat Rio typeert. Een Sheratonhotel met een sloppenwijk erachter.


Eenmaal aangekomen in de favela zet ik m'n fiets vast en neem ik de motortaxi naar boven. Ik begin de structuur van de favela’s te begrijpen. Meestal loopt er één slingerende baan naar boven waarop kleine steegjes uitkomen. Die kleine steegjes bestaan grotendeels uit trappen.


De motortaxi brengt me naar het hoogste uitzichtpunt in de favela. Ik vraag of hij weet of er geen paadje is dat op de steile rots gaat, waartegen Vigidal gebouwd is. Achteraf heb ik achterhaald dat deze tweetoppige berg Morro Dois Irmãos heet, of in het Nederlands: de twee broers.

Ja! Blijkbaar is mogelijk om nog helemaal naar boven te gaan. Dat had ik niet verwacht want het ziet er heel steil uit. Hij zegt me dat het een uur klimmen is.

Morro Dois Irmãos vanuit Ipanema met Vigidal links onderaan tegen de berg.
Hij brengt me iets verder naar een trapje aan een steeg. “Aaauw!” Bij het afstappen raakt mijn been de hete uitlaatpijp. De chauffeur toont een grijns op zijn gezicht. Ik voel een hete tinteling op mijn rechterkuit. Achteraf zal deze uitgroeien tot een lelijke brandplek, bestaande uit blaasjes. Een ongevraagde souvenir aan Vigidal.

Als hij me het vertrekpunt van het paadje niet getoond had zou ik het nooit gevonden hebben. Als je er zelf bent, vraag dan naar ‘o trilha para subir’.

My guess is dat nog niet veel toeristen en cariocas deze berg beklommen hebben, aangezien Vigidal pas begin dit jaar (januari 2012) werd gepacificeerd. Voorheen zwaaide de drugsbende ‘Commando Vermelho’ daar de plak. Niemand waagde zich van boven in de favela, het terrein van vagabundos.

Vertrekpunt van het paadje.
Wanneer ik het trapje volg loopt het weggetje dood. Ik loop terug en vraag aan een bewoonster waar het weggetje juist is, of de taxichauffeur zich niet vergist heeft. Ze wijst naar de zelfde plek. Het enige wat ik zie is een stuk muur en een stinkend hoekje.

Lijkt dit nu op het begin van het pad dat naar de top van Dois Irmãos leidt?
Ik besluit op het muurtje te klimmen en naar boven te blijven volgen. Het muurtje loopt links achter de huisjes verder en gaat schuin omhoog.


Aha, hogerop aan de rechterkant wordt het pad duidelijk zichtbaar, maar het wordt al snel onderbroken door een tweede obstakel: een omheining… Humm, dit zint me wel, verboden terrein, maar ik heb ook geen zin om m’n short te scheuren.

Achter me staat een vrouw op de daken haar was op te hangen. Ik roep haar. Ze zegt me dat ik niet over de omheining moet klimmen maar er rond moet lopen.

Erover of eronder?

Als je de omheining naar links volgt kom je ook terug op een pad dat vrij snel begint te stijgen. Algauw druipen de zweetpareltjes van mijn voorhoofd. De lucht is extreem vochtig. Na een tiental minuten is mijn hemd is kletsnat en eerder een last dan een comfort.
Na wat klimmen kom ik op een eerste etage waar het pad van richting verandert. Blijkbaar is de achterkant van de berg minder steil.

Op een open plek zie ik beneden plots Rocinha liggen, de grootse favela van Rio de Janeiro. Ik moet denken aan een interview waarbij een gangmember van Amigos dos Amigos vertelde dat ze een aanval uitvoerden op Commando Vermelho, door ‘s nachts van Rocinha over de rots te klimmen naar Vigidal en hen via de achterkant te verrassen. Dit moet de sluipweg zijn die ze toen genomen hebben.
Rocinha

In de diepte hoor ik honden blaffen, motors optrekken en auto’s claxonneren.
Ik stap voort en de jungle wordt dichter. Hier zie ik kleine aapjes in de bomen en telkens wanneer ik door de planten waad hoor ik beesten wegkruipen.

Verder zie ik ook prachtige rood-zwarte vlinders rondfladderen die zich niet laten fotograferen. Wanneer ik uit het junglegedeelte op de kale rots kom zie ik een soort hagedis van 1,5 m kruipen met een lange lispelende paarse tong.



Vanop deze kale rots is het niet meer ver. Hierna loopt het pad nog even door de jungle, daarna zijn er alleen nog grassen en kale boompjes.


Uiteindelijk kom ik op het hoogste punt. Er is juist een wolk overgetrokken en ik zie maar een paar meter ver. Een week later ben ik teruggekomen met een vriend en heb ik wel een heldere foto kunnen nemen.


Een beter zicht op Ipanema vind je niet. Van alle bergtoppen die ik in Rio beklommen heb vond ik dit de mooiste. Zorg wel dat het helder weer is, anders eindig je met een anticlimax.
Het is me opgevallen dat de meeste bergen in Rio de Janeiro met favela's bekleedt zijn, maar slechts tot op een bepaalde hoogte. Vaak is er vanaf de hoogste huisjes ergens wel een pad gebaand dat naar de top leidt. Verwacht niet dat dit duidelijke wandelpaadjes voor toeristen zijn, maar dat maakt het eigenlijk leuker omdat je wat meer moet zoeken.

woensdag 28 november 2012

Wandelen in Floresta da Tijuca, Rio de Janeiro

Als je in Rio verblijft moet je eens gaan wandelen in Floresta da Tijuca, een groot regenwoud dat in het midden van de stad ligt.

Tips:
  • Ga niet alleen, op sommige stukken moet je steil klimmen en kan je gevaarlijk diep vallen. Ook plotselinge zware regenval kan voor gevaar zorgen.
  •  Neem minstens 1,5 liter water mee per persoon.
  •  Neem 3 T-shirts mee, want het is extreem vochtig.

Hoe er geraken:
Als je verblijft in de Zona Sul kan je het gemakkelijkst een taxi nemen richting Vista Chinesa, een bekend uitzichtpunt.

Vanaf Jardim Botânico loopt een baan richting Vista Chinesa, de Estrada Dona Castorina. Een vijftal kilometer voor Vista Chinesa begint er aan de rechterkant een klein paadje (staat aangeduid, je ziet het water van de waterval). Als je dit paadje volgt kan je een tocht maken van 1,5 uur langs de waterval. Deze tocht is niet voor rookies want je moet best steil klimmen.



We zijn dit paadje blijven volgen, soms met twijfel, maar kwamen uiteindelijk terug uit op de verharde baan. Van daaruit wandel je verder naar boven tot Vista Chinesa. Als het niet te mistig is kan je van daaruit Suikerbrood, Lagoa en het Christusbeeld fotograferen.

 Vista Chinesa
Als je dan nog een paar kilometer naar boven stapt via de asfaltweg kom je bij een tweede uitzichtpunt, Mesa do Imperador. Het is niet zo duidelijk, maar als je daar het stenen trapje omhoog gaat, moet je op het einde over de rand klimmen en daar begint een tweede pad door de jungle.

Als je dit pad volgt ben je zeker 2 à 3 uur weg. Je klimt op een berg en vervolgens op de top van een tweede hogere berg. Soms heb je splitsingen, dan kan je best met takken een richtingwijzer achterlaten want je loopt gemakkelijk verloren daar.
Ook op dit pad moet je soms bijna verticaal klimmen, maar er zijn altijd wel boomwortels of stenen waaraan je je kan vasthouden. Hoe hoger je komt, hoe meer stenen en lage vegetatie zoals bamboe. Onderweg word je af en toe getrakteerd op panorama’s over het regenwoud en zie je roofvogels in de lucht cirkelen.


Dit is perfect voor een dagje trekken omdat je bij de waterval meer de hoge jungle ervaart, en daarna bij het beklimmen van de bergtop de lage jungle ziet.

Als je terug op de asfaltweg komt kan je terug naar de Zona Sul liften, want er rijden zelden taxi's.

zondag 25 november 2012

Rocinha, de grootste favela van Rio de Janeiro

Aan de uitgang van favela Santa Marta ligt een pleintje. Op dat pleintje worden wekelijks spandoeken gehangen om reclame te maken voor feesten in het komende weekend. Deze keer hing er een banner met ‘Vem com chefe a festa’, een grote baile funk party met bekende mc’s in Acadêmicos da Rocinha. 

Dit leek me een de ideale gelegenheid om Rocinha eens te bezoeken, Rio’s grootste favela en één van de grootse favela’s van Zuid-Amerika. Er wonen naar schatting zo’n 150 000 mensen, samen gehokt op een bergheuvel. De meeste mensen die hier wonen komen oorspronkelijk uit het noordoosten van Brazilië.
Vanuit Botafogo is er een goede busverbinding omdat veel inwoners van Rocinha werkzaam zijn in de chiquere Zona Sul. Rocinha ligt een beetje verstopt achter een berg en is vanuit Ipanema niet zichtbaar. Toen ik met de bus aan het eind van de tunnel kwam werd ik overweldigd door het prachtige beeld. Het was reeds donker maar door de lichtjes had ik een goed zicht op de gigantische favela die de bergheuvel bekleedt.


Rocinha heeft niet zoals Santa Marta een kettingtreintje dat je naar boven brengt. Er zijn wel mototaxi’s, voor 2 reais kan je achterop op de motor. Het grootste deel van de favela is onbereikbaar voor vierwielige voertuigen. Er loopt één grote slingerweg doorheen de favela waarop vele smalle zijstraatjes uitkomen.

Zoals in veel favela’s is de ingangsweg aan de onderkant van de favela het drukst. Hier zijn de meeste winkels, bars en restaurants. Het is 10 uur ’s avonds en er is veel leven op straat. Ik stop één van de vele mototaxi’s die voorbij racet en vraag of hij me naar het hoogste punt wil brengen, ergens waar ik een mooi uitzicht heb.
Zeer behendig baant hij zich een weg tussen de andere voertuigen. Op sommige stukken loopt de weg zo steil dat ik me goed moet vasthouden aan de handvaatjes zodat ik niet achterover val. Na een tiental minuten rijden heb ik geen flauw idee meer op welke plek we ons ongeveer bevinden. Hij stopt een wijst me een plek vanwaar ik verrast wordt door een adembenemend zicht op Lagoa, het meer in Zona Sul dat aan de andere kant van de heuvel ligt. De lichtjes maken de contouren van het meer goed zichtbaar.


Hoe hoger je in de favela komt, hoe goedkoper de huisjes. De duurdere huizen en appartementen liggen meer aan de bodem van de heuvel. Dat is logisch, want hoe hoger je woont, hoe meer afstand je telkens moet afleggen om je te verplaatsen uit de favela.

Ik kan me goed voorstellen dat een favela een ideale basis is voor drugsbendes. Vele stukken zijn moeilijk bereikbaar. Als een politie een inval doet moeten ze altijd van beneden naar boven gaan, waardoor de men de politie al lang op voorhand ziet aankomen.

Oorspronkelijk werd Rocinha gecontroleerd door Commando Vermelho (CV), de eerste georganiseerde drugsbende van Rio die in de jaren ’70 ontstond in de gevangenis. Onder de toenmalige rechtse militaire dictatuur werden de eerste professionele drugsdealers samen opgesloten met politieke gevangenen van communistische partijen. Door het leed dat ze samen deelden en de wederzijdse steun die ze elkaar gaven ontstond er een sterke band tussen hen. De linkse opponenten leerden de dealers zelfstandig clandestiene organisaties opzetten. Na een ontsnapping uit de gevangenis introduceerden ze de filosofie van zelforganisatie op de straten.
De cocaïne die ze verhandelen komt uit Bolivia, Peru en Colombia, de wapens die ze gebruiken worden geleverd door Paraguay, Bolivia en Colombia.

Naast het dealen van drugs staat de drugsbende in voor orde en veiligheid in de favela. De onderliggende logica is dat ze aandacht van de politie willen vermijden, vrede is beter dan problemen voor de business. Diefstal, verkrachting en moord worden streng bestraft. Verder sponseren ze de gemeenschap met het geld dat ze verdienen en organiseren baile funk feestjes. Zolang je geen bedreiging bent voor hun business en de regels niet breekt zullen ze je met rust laten.
Later ontstonden er nog twee andere drugssyndicaten, Terceiro Commando (TC) en Amigos dos Amigos (ADA). Deze bendes strijden onderling om controle over de favela’s.

Na een bloederige bendeoorlog verloor CV in 2004 de macht over Rocinha en nam ADA het heft in handen. Op dit moment heeft CV terug controle in het bovenste gedeelte en controleert ADA het onderste gedeelte van Rocinha.
De invasie van de politie in 2011 en de installatie van UPP’s (permanent bemande politiestations) maakte een einde aan het regime van drugsdealers in de favela. In totaal zijn er 700 politieagenten en 9 politiestations verspreid over de favela.

Wapens zijn uit het straatbeeld verdwenen. Ondanks de pacificatie worden er echter nog steeds marihuana en cocaïne verhandeld, alleen gebeurt het nu meer verborgen. Sommige politieagenten worden nog steeds omgekocht zoals vroeger en laten de dealers - of trafficantes zoals ze dat hier noemen - hun gang gaan.
Rocinha vanuit de lucht met Lagoa op de achtergrond.

Als je in Rio bent moet je zeker Rocinha bezoeken, alleen al om het uitzicht. Het is niet nodig om dit in een georganiseerde toer te doen. Met oog op de wereldbeker en de olympische spelen heeft de overheid veel gedaan om de veiligheid voor toeristen te verbeteren, hoewel ik niet aanraad om diep in de favela rond te dwalen in kleine steegjes.

woensdag 21 november 2012

Uitgaan in Brazilië: cultuurverschillen met België/Nederland

Aanvang van een feestje

Bij ons is het niet ongewoon om na middernacht aan te komen op een feestje, wakker te blijven tot in de vroege uurtjes en de volgende dag pas in de middag op te staan met een kater.
In Brazilië beginnen feestjes vaak tegen 22.00 u en eindigen rond 04.00 u. Dit is niet overal zo, maar over het algemeen begint en eindigt het nachtleven in Brazilië een paar uur vroeger.

Dit komt omdat Brazilianen echte strandmensen zijn en de volgende dag graag op het strand willen doorbrengen. Ik heb ook nooit heel zatte mensen op feestjes zien rondlopen.

Een andere verklaring is de nacht vroeg valt, bvb. in Rio altijd tussen 17.15 u en 19.45 u, in Fortaleza (dichter bij de evenaar) tussen 17.20  u en 18.00 u.
Drank en inkom

Brazilianen drinken voornamelijk lichte bieren. Het lijkt meer op frisdrank. Dit komt omdat het warmer is en de mensen meer behoefte hebben om de dorst te lessen. De populairste cocktail is caipirinha, gemaakt met limoen, cachaça, ijs en suiker.

Als je een feestje binnenkomt krijg je in de meeste gevallen een drankkaart. Bij elke consumptie wordt er een kruisje op de kaart gezet. Pas bij het verlaten van de club moet je de entreeprijs en consumpties betalen. Het voordeel hiervan is dat de bediening aan de bar sneller gaat.

Als je de kaart echter verliest moet je een vast bedrag betalen dat hoger ligt dan wat één persoon kan consumeren (bv. 200  reais). Eén persoon komt nooit aan dit bedrag, maar in principe zou je wel met een groep vrienden heel de avond cocktails kunnen drinken, hier en daar wat champagne trakteren en alles op één kaart zetten die je vervolgens 'verliest'.

Vrouwen moeten dikwijls minder inkom als mannen betalen,  maar dit heeft een goede verhouding mannen-vrouwen  tot gevolg. Verder gebruiken veel discotheken een 'lista amiga', dat betekent dat als je je op voorhand via internet voor het feestje inschrijft korting krijgt.

Muziek

Er is een ruim aanbod aan muziekstijlen die bij ons niet zo gekend zijn. Vele muziekstijlen zijn gebonden aan een bepaalde regio, zo is in het Noordoosten Forró heel populair, terwijl in Rio vooral Samba en Baile funk gespeeld wordt. Wat veel van deze stijlen gemeen hebben is dat er sensueel op gedanst wordt.

Brazilianen zijn goede dansers. De soepele bewegingen die ze maken doen Westerlingen op stijve harken lijken. Je ziet ook dat kinderen van jongs af aan meer in contact komen met muziek en er op leren dansen. Muziek is in Brazilië een belangrijk onderdeel van het dagelijks leven.
In Brazilië zijn er ook veel aanhangers van het rockgenre. Bij ons ga je zelden clubs vinden waar uitsluitend rockmuziek gedraaid wordt. Rock is zowat de alternatieve stroming daar.

Omgang tussen mannen en vrouwen
Na vele keren uitgaan heb ik het volgende kunnen observeren: In Brazilië is het normaal dat mannen en vrouwen elkaar binnen de 10 à 15 minuten kussen. Het is een onderdeel van de initiële kennismaking. Vrouwen zijn ook heel direct, als een meisje geen interesse heeft zal ze het onmiddellijk laten weten.

Verder zijn de Brazilianen heel agressief in het versieren, en de vrouwen zijn dit gewoon. De eerste keer dat ik uitging in Salvador had ik een gesprek met Felipe, een Braziliaan. Later die avond wees hij naar een meisje en zei me dat hij haar ging proberen te versieren.
Na vijf minuten praten probeerde hij haar te kussen, maar ze leunde naar achter en duwde hem weg. De tien minuten die daarop volgden probeerde hij haar nog zes keer te kussen en telkens werd hij brutaal afgewezen. Ik begreep niet waarom hij bleef proberen, alsof hij geen zelfrespect had, maar ze bleef wel met hem praten. Uiteindelijk deed hij nog één poging. Deze keer hield hij haar hoofd vast zodat ze niet weg kon en toen kuste ze hem terug. Ik heb dat wel vaker zien gebeuren in Brazilië.

Dat Brazilianen snel zoenen kan je tevens merken in TV-programma's. Er bestaat een datingprogramma 'Vai Dar Namoro' waarin mannen en vrouwen zonder schroom met elkaar kussen. Heel grappig, soms gebruiken ze een waterpistool of brandblusser (gevuld met onschadelijk gas) om kussende koppeltjes te doen afkoelen.

woensdag 31 oktober 2012

Het leven in de favela 'Santa Marta'

Santa Marta, een gemeenschap van ongeveer 7000 inwoners, is één van de steilste favela’s in Rio die uitkijkt over Botafogo. Momenteel woon ik in Rua Jupira, aan de voet van deze favela. Het is een drukke straat, want de favela heeft maar één ingang, en iedereen die favela binnenkomt passeert door deze zigzaggende straat.

Zicht over de hele favela.

Eerst vroeg ik me af of het wel veilig zou zijn om hier te wonen, maar een Braziliaanse vriend zei me dat het hier veilig is (naar Braziliaanse maatstaven dan), en gezien de vastgoedprijzen in Rio de pan uitswingen had ik niet zo veel opties. Met oog op de wereldbeker in 2014 en de olympische spelen in 2016 moest de stad een oplossing zoeken voor het veiligheidsprobleem in Rio. Daarom werden de favela’s in de buurt van toeristische plaatsen gepacificeerd, een succesvol project.
Overgang van straat naar favela.

Santa Marta was de eerste favela waar permanent bemande politieposten werden geïnstalleerd. Deze UPP’s (Unidade de Polícia Pacificadora) zorgen ervoor dat drugs en wapens uit de favela blijven. Na de pacificatie heeft de overheid geïnvesteerd in infrastructuur (o.a. elektriciteit, watervoorziening en hygiëne) om de levensomstandigheden te verbeteren.  Zo is er bijvoorbeeld een gratis draadloze internetverbinding over de heuvel.

In 2008 werd er een kabeltrein geopend, geen overbodige luxe voor de bewoners die helemaal boven wonen. Beeld je maar eens in dat je voor een kleine boodschap telkens die berg op en af moet klimmen. Boven op de berg staat een waterreservoir zodat iedereen lopend water heeft.
Zicht vanuit het treintje halverwege het traject.

Ook de vuilophaling is goed geregeld, er zijn vijf plaatsen met vuilbakken verspreid over de favela die dagelijks geledigd worden. Het afvalwater stroomt via kanaaltjes naar beneden. Echt hygiënisch is het niet, want ik zag er overdag een groot koppel ratten rondkruipen.

Afwatering, op sommige plaatsen hangt er een stank.

In deze favela worden rondleidingen voor toeristen georganiseerd, één van de bezienswaardigheden is het beeld van Michael Jackson, die daar de muziekclip They Don’t Care About Us heeft opgenomen.

  Michael Jackson in typische pose.
In het sociologische discours spreekt men vaak over de teloorgang van het gemeenschapsleven in de stad. In deze favela is de sociale cohesie heel sterk. Het voelt alsof je in een dorp woont waar iedereen zijn buren kent. De mensen helpen elkaar en delen zaken: wie geen TV heeft komt bij iemand anders kijken, wie een wasmachine of computer heeft laat deze ook door anderen gebruiken, etc. De mensen hebben het niet breed en steunen elkaar om te overleven. Dat houdt een gemeenschap tesamen. Het leven buiten de favela is anders dan daarbinnen, meer afstandelijk. Het is iets dat je moet ervaren om te begrijpen.


Even verfrissen met een ton water.

Aan het centrale pleintje staat een sambaschool waar elke zondagavond muziekoptredens worden gegeven en gedanst. Op vrijdagavond zijn er toneelvoorstellingen in Rua Jupira, de ingangsweg van de favela. Als de zon schijnt is er altijd muziek, barbecue, bier en zitten er mannen met kaarten te spelen aan een tafeltje.

Kapper
De favela is een dorp binnen een grootstad. De favela is ruimtelijk gesegregeerd van de stad en heeft haar eigen voorzieningen: er zijn winkeltjes, een bakker, een kapper, een kerkje, cafétjes, een pizzeria, een bibliotheek, een fietsenmaker, een voetbalveldje, …
 Voetbalveldje bovenaan de favela.

Als je 5 minuten uit de favela wandelt kom je in Botafogo of Humaitá. De overgang van favela’s naar dure wijken gebeurt niet geleidelijk maar bruusk.

Rijke mensen wonen in gated communities, en hebben vaak één of meerdere hulpjes in huis, om eten te maken, te kuisen, te wassen, etc. Sommige rijken bezien hen als lijfeigenen, iets wat nog afstamt uit het koloniale tijdperk. Armen daarentegen hebben vaak zelfs geen geld om schoenen te kopen en rommelen heel de dag in vuilnisbakken op straat op zoek naar een restje eten of water. De harde confrontatie met rijkdom van anderen werkt de onveiligheid in de hand.

De favela's die meer buiten het centrum liggen zijn gevaarlijker voor buitenstaanders. De overheid heeft een speciaal getraind team 'BOPE' (Batalhão de Operações Policiais Especiais) ontwikkeld dat ingezet wordt wanneer de politie het niet meer aankan, want de toestand in sommige drugsfavela's is quasi vergelijkbaar met een oorlogssituatie. Er zijn twee controversiële films gemaakt over BOPE, Tropa de Elite 1 & 2.

Het logo van BOPE is dreigend.
Inside tip voor de avonturiers: Als je in Santa Marta met het treintje naar boven gaat, kan je achter het laatste huisje nog verder te voet omhoog klimmen door de jungle.

Top van de favela.
Pas wel op aan de laatste huisjes. Ik werd daar omsingeld door drie blaffende honden, waarvan één mij tweemaal heeft aangevallen maar net niet gebeten. Pas na vele commando's van hun baasje was het mogelijk om ze te passeren.
Het is een klein en steil paadje dat niet overal even duidelijk is, maar het 360° uitzicht vanop de top is de moeite.

Zicht op suikerbrood.

dinsdag 30 oktober 2012

Een goedkoop appartement huren in Rio de Janeiro


Wonen in Rio is duur

De vastgoedprijzen in Rio zijn enorm gestegen. Als je een appartementje wil huren moet je rekenen op prijzen die beginnen vanaf 1500 reais (570 euro). Bovendien verhuurt men liever voor minstens een jaar, dus voor een periode van bvb. 4 maanden gaat het moeilijk zijn. Verder wordt het nog moeilijker als je in maanden december, januari en februari (carnaval) begint te zoeken. 

De goedkoopste oplossing is om een gedeeld appartement te huren. Dit is meestal wel mogelijk voor een aantal maanden. Hierbij heb je nog de keuze tussen een gedeelde en een private slaapkamer.

Een website die ik je kan aanraden is http://www.easyquarto.com.br/. 

Via deze site heb ik een private kamer met gedeelde keuken en badkamer gevonden voor 850 reais per maand in Botafogo, aan de voet van de favela Santa Maria. Ik moet altijd in het begin van de maand betalen en kan opzeggen wanneer ik wil.

Mijn woonst in Rua Jupira, achter de hoek begint de favela.

Normaal zijn favela's no-go zone’s, maar deze favela is gepacificeerd. D.w.z. dat er geen wapens en drugs meer aanwezig zijn en er een permanent bemande politiepost staat.
Dit is een erg volkse buurt, met een sterk gemeenschapsleven. ’s Avonds zijn er vaak optredens, barbecues en mensen op de straat. Botafogo heeft een heel centrale ligging t.o.v. Lapa (de uitgaansbuurt) en Copacabana (het strand).

Zicht vanop de favela over Botafogo en Humaitá.

Er zijn een vijftal buurten die me interessant lijken om te wonen. Copacabana, Ipanema en Leblon hebben alledrie het beste strand, maar dit zijn ook de duurste buurten (vooral Ipanema en Leblon). In Copacabana bevinden zich de meeste toeristen.

Humaitá en Botafogo liggen daarboven, het zijn twee heel leefbare buurten die op wandelbare afstand van het strand Copacabana liggen. Humaitá is ook tamelijk duur. Rechts van Botafogo ligt ook een strand, maar daar is het niet zo proper om te zwemmen. Botafogo heeft de meest centrale ligging.

Urca is ook een begoede buurt maar ligt té geïsoleerd en heeft geen strand, wel een mooi uitzicht. 's Nachts heb je daar het beste zicht op het Christusbeeld (dat verlicht wordt waardoor het lijkt te zweven) en zie je vliegtuigen van de nationale luchthaven opstijgen.

In Lapa of Centro zou ik niet willen wonen. Lapa is de beste plaats om uit te gaan maar er lopen veel bedelende zwervers en gespuis op straat. Centro is iets te druk qua verkeer: veel bussen en uitlaatgassen.

Santa Teresa is één van de mooiste buurten en heel rustig, maar ligt op een berg waardoor alles van daaruit moeilijker bereikbaar is.

Het nadeel van de hele noordelijke zone is dat het te ver van het strand ligt, iets wat op een tropisch warme plek zoals Rio niet erg comfortabel is.




Andere nuttige websites voor een appartement te huren:

Vervoer

Hoewel bussen, metro en taxi's niet zo duur zijn geef je makkelijk veel uit aan transport, vanwege de grote afstanden. Als je langer dan een maand blijft is een tweedehandsfiets geen slechte investering. Rio is niet zo fietsminded als België en Nederland, dus pas goed op in het verkeer. Vooral drukke banen oversteken is erg gevaarlijk. Mijn tip is om links te fietsen op banen waar veel bussen passeren.

Jammer genoeg kan je een fiets niet ’s nachts buiten laten staan. Mijn eerste fiets werd na één dag in Lapa gestolen, ondanks dat hij met een stevig slot aan een paal was vastgebonden. Als je uitgaat in Lapa kan je beter met de bus heengaan en met de taxi terugkomen.