maandag 29 februari 2016

De 16 beste dag- en weekenduitstappen vanuit Bogota

#1 Villa de Leyva, Cascadas de la Periquera en Laguna de Iguaque (2 dagen)

Villa de Leyva wordt vaak aangeprezen als mooiste koloniale dorpje van Colombia. Niet geschikt om te rollerbladen, want alle straten zijn met kasseien bedekt.


Als je na een halfuurtje al genoeg hebt rond gekuierd, beklim dan de heuvel tot het Christusbeeldje, en bekijk Villa de Leyva vanuit helikopterperspectief.


Bij Cascadas de la Periquera kan je zwemmen, langsheen véle watervallen afdalen, en terugwandelen via een andere weg.


Wandeling bij Cascadas de la Periquera

Niet ver van de watervallen is er een bergtocht van 5 a 6 uur naar de lagune van Iguaque. Let op, je mag maar tot 10 uur ‘s morgens het natuurpark binnen. Het is moeilijk om er te geraken als je geen jeep hebt. De weg ernaar toe is ongelooflijk slecht (lees: rotsachtig met diepe putten).


Laguna de Iguaque

Hoe geraak je daar? Neem de TransMilenio tot Portal Norte. Van daaruit neem je een bus naar Tunja (duur rit 2 a 3 uur). In de terminal van Tunja stap je over op een ander busje, van daaruit is het nog 1 uur tot Villa de Leyva. 

Cascadas de la Periquera ligt op 13 km van Villa de Leyva. 

Laguna de Iguaque kan je bereiken vanuit Villa de Leyva door ter plekke vervoer te regelen. Of je kan ook eerst een nacht in Arcabuco slapen en van daaruit een jeep regelen naar de ingang van het natuurpark, en terug keren via Villa de Leyva naar Tunja.


#2 Motorcross in Tocancipá (1 dag)

Altijd al eens op een motocross-bike willen racen op een onwijs parcour? Kan heel eenvoudig in Colombia! Lees dit artikel.




#3 Chicaque (1 dag)

De beste wandeling als je het jungle-gevoel wilt krijgen in de buurt van Bogota. De tocht begint met een afdaling doorheen een mistig woud.


Het eindpunt is een waterval. De laatste loodjes wegen het zwaarst, want op de terugweg mag je het stuk dat je in het begin kon afdalen weer opklimmen.



Hoe geraak je daar? Neem de TransMilenio tot Portal del Sur. Van daaruit neem je een busje naar de zone El Altico. Stap af bij het MOBIL tankstation. Vandaar neem je een andere bus van het bedrijf COOMOFU richting Funza en Mosquera. Vraag de chauffeur om te stoppen bij de weg naar Chicaque, vandaar is het nog 35 minuten stappen naar de ingang van het park.


#4 Parque Nacional Natural Chingaza: Lagunas de Siecha (2 dagen)

Voor zware bergtochten ga je naar Sierra Nevada del Cocuy, maar voor wie dichtbij Bogota al eens wil klimmen in de bergen, raad ik Lagunas de Siecha in Chingaza aan. Je gaat geen sneeuw zien, maar op een hoogte van 3350 m hoog word je beloond met een uitzicht op enkele zeer mooie lagunes. 


Als je vroeg in de ochtend gaat, heb je meer kans om de brilberen te zien. Die komen in de ochtend soms drinken aan de lagunes.


Hoe geraak je daar? Op de hoek van Calle 72 met Carrera 13 neem je een busje naar Guasca (duur rit 1 uur). In Guasca kan je goedkoop overnachten. In Guasca vraag je best een autorisatie voor het park aan. Elke dag worden er max. 40 toegelaten, maar meestal komen er weinig toeristen per dag. Vanaf 6 uur ’s morgens kan je het eerste busje nemen naar Paso Hondo. Van daaruit is het nog een dik uur wandelen door een mooi landschap tot de ingang van het park. Vanaf de ingang van het park is het 3,5 uur heen en terug. In feite kan je deze uitstap op 1 dag doen, maar het is beter om vroeg in de ochtend te gaan en dus in Guasca te overnachten. Bovendien kan je deze uitstap combineren met een bezoek aan het Guatavita meer, en in het nabijgelegen Sopo kan je parapenten.


#5 Tatacoa Woestijn (2 dagen)

Over de mini-rocky mountains met sterrenobservatorium heb ik al een apart artikel geschreven.



#6 Choachí & Cascada la Chorrera (1 dag)

Als je graag wilt weten hoe de andere kant van de heuvel van Monserrate er uit ziet, bezoek dan dé oase van rust: Choachí. Dit piepkleine dorpje ligt in een zeer zuiver groen dal, en geeft een beeld van het plattelandsleven in Cundinamarca. 

Ikzelf maakte de wandeling tot Termales Santa Mónica, waar ondergrondse rivieren op natuurlijke wijze enkele zwembaden verwarmen. 



Onderweg naar Choachí wijkt er een pad af naar Cascada la Chorrera, met 590 meter de hoogste waterval van Colombia. Als het een lange tijd droog is, kan het wel zijn dat er weinig water loopt.



Hoe geraak je daar? Neem de TransMilenio naar Tercer Milenio. In Calle 6 met Caracas vertrekken busjes naar Choachí. Voor de waterval vraag je best aan de chauffeur waar je moet afstappen. Vanaf de asfaltweg is het 1,5 uur wandelen tot in ingang van het park, maar je kan ook liften. Vanaf de ingang tot de waterval en terug is 3 uur wandelen.


#7 Villeta (1 of 2 dagen)

Villeta ligt op 850 meter hoogte, waardoor het er een pak warmer is dan in Bogota. 

De hoofdattractie is Bocatoma, een waterval met zwemgelegenheid. Je kan er naar toe stappen vanuit het centrum via een vervallen spoorlijn. De spoorbruggen over de rivier zijn wat onveilig: soms moet je over losse planken wandelen naast openingen waar je 10 m diep naar beneden kan vallen. Je kan ook de zelfgemaakte gemotoriseerde karretjes nemen, die je over de spoorlijn tot de waterval brengen.


Als je wil wandelen in het groen, beklim dan de berg ten zuidoosten van het centrum. Wandel vanaf het centrale plein naar de Rio Villeta, steek daar het bruggetje over en neem vervolgens de trappen omhoog. Volg steeds de meest stijgende weg. Na ongeveer 1,5 uur wandelen bereik je bezweet de top en werp je een blik over de wijdere omgeving. Op de terugweg neem je een frisse duik in één van de vele openluchtzwembaden!



Hoe geraak je daar? Bussen naar Villeta vertrekken vanuit Portal 80. Villeta ligt op slechts 2 uur rijden van Bogota.


# 8 La Vega (1 of 2 dagen)

Onderweg naar Villeta ligt het kleinere dorpje La Vega. Het ligt op één uur rijden van Bogota, en is net zoals Villeta terra caliente. Geniet er van warm weer en openluchtzwembaden.

Het dorpscentrum is minder fraai als Villeta, maar je kan er 2 toffe wandelingen maken.

Neem de taxi of een colectivo naar Laguna El Tabacal. Als je rechts langs de lagune blijft wandelen, kan je tot de top van de berg klimmen en via een andere weg terugkeren. 

Laguna El Tabacal

Op een paar kilometer van de lagune ligt er een zwembad voor een frisse duik na de wandeling. Het is mogelijk om van El Tabacal te voet door de vallei terug te keren naar La Vega. Onderweg zijn er verschillende natuurpaden zodat je niet de hele tijd langs de asfaltweg hoeft te stappen.

Een andere wandeling vanuit La Vega is Cerro de Butulú. Vanop deze berg heb je het beste uitzicht op La Vega. Vanaf de bergtop wordt er ook geparapent. Vraag aan een taxichauffeur om je af te zetten aan het beginpunt van de wandeling.

Cerro de Butulú

Hoe geraak je daar? Neem de bus vanuit Portal 80. 


#9 Avontuurlijke sporten in Tobia (2 dagen)

Tobia ligt de buurt van La Vega en Villeta, en je kan er allerlei extreme sportactiviteiten doen zoals raften, ziplinen en rapellen. De kabelbaan gaat over de vallei waarin Tobia ligt, en het is de langste en hoogste dit ik al gezien heb. 

Van de commerciële activiteiten heb ik alleen het raften gedaan. Superwild is de rivier niet, maar met het warme weer en de omliggende natuur is het zeker een aanrader. De beste tijd om te raften is rond december, in juli staat het water veel lager in de Rionegro.


De meest extreme sportactiviteit die ik gedaan heb was op eigen houtje wandelen tot het dorpje Quebradanegra. Vanuit Tobia vertrekt er een weg, na ongeveer een uur klimmen staat er een bordje aan de rand van de weg: Camino Real. Als je dit pad volgt kom je in Quebradanegra. Keer vanuit Quebradanegra via de gewone zandweg terug, zodat je ook langs de top van de berg passeert. Mooie wandeling van ongeveer 4,5 uur.  

Hoe geraak je daar? Neem vanaf Portal 80 de bus naar Villeta. Stap voor Villeta af aan de weg die naar Tobia leidt. Van daaruit is er transport naar Tobia.


#10  Camino Real naar El Ocaso (1 dag)

Caminos Reales zijn oude wegen die onder de Spanjaarden gebouwd werden, vergelijkbaar met heirbanen.

Deze mooie wandeling doorheen het platteland van Cundinamarca vertrekt vanuit Bojacá, een dorpje dat bekend staat als heiligdom waar zieken ’s zondags massaal offers komen brengen.

Na ongeveer twee uur wandelen op een zandweg, begint de Camino Real. 


De wandeling wordt steeds mooier naar het einde toe, en omdat je steeds bergaf gaat, wordt het steeds warmer. Neem je zwemgerief mee, want in El Ocaso zijn er zwembaden.


Hoe geraak je daar? Bussen naar Bojacá vanuit Bogota vertrekken vanaf Avenida de las Américas met Calle 13. De rit duurt een ruim uur. Blijf in Bojacá Calle 5 westwaarts volgen, daar begint het pad. Na 3 uur wandelen kom je in El Ocaso. Vanuit El Ocaso kan je terugkeren met de bus naar Bogota via Cachipay.


#11 La Pradera - Subachoque (1 dag)

Vanuit het mini-dorpje La Pradera vertrekt een bergwandeling naar een lagune. Vanaf de lagune kan je terugkeren naar Subachoque, of de Cerro del Tablazo beklimmen.


Het pad begint aan het torentje in La Pradera. Volg steeds rechtdoor, en als je boven op de berg op een splitsing uitkomt moet je naar links om naar de lagune te gaan.


In Subachoque raad ik je aan om te eten in Ubasá. Dit restaurant heeft een typische Colombiaanse keuken en heerlijke wortelcake.


Hoe geraak je daar? Neem de bus van Portal 80 naar La Pradera (via Subachoque).


#12 Peña de Juaica (1 dag)

Peña de Juaica is één van de hoogste toppen in de buurt van Bogota. Bijna de hele klim loop je door een bos, soms moet je jezelf bukken omdat je door een tunnel van plantengroei gaat. 



Als je éénmaal op de top bent kan je nog een stuk verder afdalen tot de rotswand om daar foto’s te nemen. De tocht heen en terug duurt drie uur.


Hoe geraak je daar? Neem vanuit Portal 80 de bus naar Siberia – Tenjo –Tabio. Vraag dat de chauffeur je afzet aan het begin van het wandelpad naar Peña de Juaica.


#13 Parque ecológico Pionono in Sopó (1 of 2 dagen)

Sopó is een klein dorpje dat aan de voet van een berg ligt. In Sopó staat een fabriek van Alpina, Colombia’s beste producent van melkproducten. Bezoek zeker La Cabaña Alpina, een mini-themapark waar je allerlei lekkernijen kan proeven. 

Vanuit Sopó is het 1,5 uur wandelen tot de bergtop waar Parque ecológico Pionono ligt. Eenmaal boven aanschouw je het Guatavita meer. 

Guatavita meer

Om te overnachten raad ik Casa Agrreste aan, gelegen in het groen. Je kan er pizza’s uit de houtoven eten en artisanaal bier drinken.

Hoe geraak je daar? Neem de TransMilenio tot Portal Norte. Van daaruit vertrekken bussen naar Sopó.


#14 San Francisco de Sales - Aguas Caliente(1 of 2 dagen)


San Francisco de Sales is een klein vredelievend dorpje dat in dezelfde richting ligt als La Vega en Villeta, maar minder druk bezocht. Het is ook iets minder warm als La Vega en Villeta, maar net warm genoeg voor openluchtzwembaden.


Vanuit het centrum kan je wandelen naar het Mariabeeld op de berg en via een andere weg terugkeren, een langere wandeling is richting Subachoque (Camino del Yaque), en nog een andere wandeling is tot de warmwaterbron (of aguas calientes). 

Van alle vulkanische warmwaterbronnen die ik bezocht in Colombia was dit de heetste. Aan de warme kant werd mijn huid rood van de hitte. Voor ons hadden enkele studenten er de hele nacht onder de blote sterrenhemel doorgebracht bevoorraad met canelazo (aguardiente+suiker+kaneel) en marihuana. 


Het ligt wat afgelegen, maar daarom is er ook minder druk. De wandeling erheen is mooi, maar probeer zoveel mogelijk te liften. Vanuit de bron kan je ook verder doorwandelen tot El Rosal.

Hoe geraak je daar? Neem vanuit Portal 80 de bus naar San Francisco de Sales. Als je alleen de warmwaterbron wilt bezoeken, vraag dan aan de chauffeur om je af te zetten aan het pad naar aguas calientes.


#15 Honda (2 dagen)


Honda ligt op 4 uur rijden van Bogota aan de wilde Magdalena rivier. Men gaat er in eerste plaats heen voor de warmte en zwembaden, maar ik was ook erg aangenaam verrast door het koloniale stadscentrum met haar kasseien steegjes.


Puente Navarro zou de eerste brug zijn in Latijns-Amerika gebouwd uit metaal. Aan het begin van de brug (aan de westkant van de Magdalena rivier) vertrekt een paadje naar de top van de berg vanwaar je de beste foto’s van Honda kan nemen.


Of je kan urenlang verder langs het water blijven wandelen. Op sommige plekken zijn er strandjes om te zwemmen. Op rustige plekken heb je kans om schildpadden te zien, deze worden ook gegeten en smaken naar verluid naar kip.


Als je liever in rustige zijrivier gaat zwemmen, neem dan een taxi naar Balneario la Picota.


Hoe geraak je naar? Neem de bus vanuit de Terminal de Transportes in Salitre. Je kan ook vanuit Portal 80 naar Villeta reizen en daar overstappen op een bus naar Honda.


#16 Wandelen in Supatá (2 dagen)

Supatá is een typisch Cundinamarcisch plattelandsdorpje, gelegen in een groene vallei, meest herkenbaar aan de wat futuristische ogende kerk. 


Supatá is uitstekend voor wandelingen, en is minder toeristisch dan Villeta of La Vega, waardoor het authentieker is.

We hadden het geluk dat er de Feria de Equinos plaatsvond, een volksfeest met paarden die zo galant mogelijk over houten planken moeten draven in een arena, muziekoptredens en barbecue. 


Aan één barbecuekraam zei men dat er op 2 dagen 4 koeien opgegeten. Het vlees was heerlijk vers, mals, sappig en gemarineerd. Nooit eerder heb ik zo'n lekkere biefstuk gegeten. Tijdens zulke plattelandsfestiviteiten wordt er ook stevig wat bier en aguardiente gezopen.


We maakten twee wandelingen: via de camino real richting Subachoque tot aan de watervallen en de wandeling naar de hangbruggen (vraag naar puentes colgantes).


Hoe geraak je daar? Neem vanuit Portal 80 de bus naar Supatá. Bussen rijden om het anderhalf uur. Reserveer voor de terugrit best op voorhand een zitplaats.