Posts tonen met het label trekken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label trekken. Alle posts tonen

vrijdag 7 december 2012

Klimmen in Rio de Janeiro: Pedra da Gávea


Ik sta op de top van Morro Dois Irmãos. Achter ons zie ik een nog hogere berg: de Pedra da Gávea. Met 844 meter is Pedra da Gávea een van de hoogste bergen van Rio. Damn, die moet ik beklimmen!
Een paar dagen later stelt Laurent – een Fransman die twee weken in Rio verblijft en waar ik al een paar keer mee gaan trekken was – voor om de Pedra da Gávea te doen.

Het pad begint op het einde van de Estrada Sorima. Vanuit Zona Sul is er een goede busverbinding. Stap af wanneer je de berg net gepasseerd bent (als je vanuit Zona Sul komt), want het pad begint aan de westkant van de berg.



Aan het eind van de Estrada Sorima ligt de ingang van het park. De moeilijkheidsgraad van het pad wordt omschreven als ‘hard’ en de tocht duurt 2,5 uur. Ik denk dat we er minder over gaan doen. Ik herinner me nog dat ik een wandeling deed in een natuurpark in de V.S., toen stond er ook 1,5 uur en hebben we er amper 45 minuten over gedaan! Waarschijnlijk was dat omdat zwaarlijvige Amerikanen trager stappen.

Het is verboden om na 14 uur te vertrekken. Aan de ingang moet je je naam en telefoonnummer opgeven, voor het geval dat je niet op tijd terug zou komen. Achteraf ben ik wel te weten gekomen dat het toegelaten is om met een tent op de top te slapen, als je het vraagt aan de parkwachter die bij de ingang staat.
Het eerste deel van de tocht gaat door de jungle. Dit deel is vrij gemakkelijk, hoewel er hier en daar al stukken bijzitten waarbij je omhoog op de rotsen moet klauteren.


Op een gegeven moment hoor ik boven ons geritsel in de bomen. Na enkele minuten pauzeren komt een hele apenfamilie tevoorschijn. Ik tel zo’n 12 stuks. Ik probeer contact te leggen met de apen. Ik grijp een dun boompje vast en begin er mee te schudden zodat de blaadjes luid ritselen.

Tot mijn verbazing grijpt één van apen ook een tak vast en begint er hevig mee te schudden. De minuten die daarop volgen schudden we om te beurt met een tak. Zijn imitatie was een vorm van communicatie. Facebook-vrienden zijn we niet geworden. Als vorm van dank gooi ik een halve banaan in de bossen.

We stappen verder. Het zweet druipt in liters van mijn lijf. Ik wring mijn T-shirt uit. Tweederde van de tocht loopt door de jungle. Wanneer we uit de jungle komen verschijnt er een grote monoliet in beeld.

Op dat moment ben ik al bijna door mijn watervoorraad heen. Mijn advies is om 3 liter water per persoon mee te nemen. En een lunchpakket.
Vanaf hier begint het moeilijke gedeelte. Het moeilijkste stuk is een steile rotsoppervlakte waarbij je moet klimmen zoals op een klimmuur.


Het paadje baant zich een weg rond de monoliet. Af en toe zijn er nog uitdagende stukken, bijvoorbeeld ergens moet je je via een kabel laten zakken.


In totaal hebben we er 1 uur 40 min. over gedaan om tot de top te geraken, in stevig tempo weliswaar.

Naast het Christusbeeld is dit één van de beste uitzichtpunten van Rio. Cristo Redentor ligt meer centraal, maar het stikt er van de toeristen waardoor je voortdurend in de rij moet wachten. Geef mij maar Pedra da Gávea.
Het topgedeelte is vrij groot, dus je hangt er makkelijk een uurtje rond om kiekjes te trekken. Als het zonnig en helder weer is, is het vrij warm op de top.

Aan de oostkant zie je Cristo Redentor, Lagoa, Pão de Açúcar, Rocinha en Morro Dois Irmãos.
Aan de zuidkant ligt de Atlantische Oceaan.
Aan de westkant zie je Barra de Tijuca met Lagoa de Tijuca.
Aan de noordkant ligt Floresta da Tijuca.
Ik ben tot het inzicht gekomen dat er in Rio de Janeiro veel mogelijkheden om te hiken zijn. Pedra da Gávea staat voorlopig op nummer één, vanwege het panorama en de moeilijkheidsgraad.

Op de terugweg zagen we nog een groepje Amerikanen, met allerlei touwen etc. Je hebt echter geen klimgerief nodig om deze tocht te doen.

donderdag 29 november 2012

Vigidal en Morro Dois Irmãos, Rio de Janeiro


“Ik heb reeds Santa Marta en Rocinha bezocht, welke favela’s zijn nog de moeite om te bezoeken?” vraag ik aan de taxichauffeur.

“In Vigidal heb je een mooi uitzicht over Ipanema, Complexo do Alemão heeft een kabelbaan.
“Is het niet gevaarlijk?”

“Nee, ze zijn allen gepacificeerd.”
Een week daarop word ik weer wakker met ontdekkingsdrang. Rio is groot en ik wil tegen het einde van mijn verblijf alle verborgen plekken ontdekt hebben. Ik besluit  die dag Vigidal te verkennen. Vigidal ligt tussen Leblon, São Conrado en Rocinha, en het is de favela die het mooiste uitzicht over de oceaan heeft.

Wanneer ik erheen fiets -en door Rio fietsen is geen pretje want er zijn bijna geen fietspaden- zie ik weer zo'n contrastbeeld dat Rio typeert. Een Sheratonhotel met een sloppenwijk erachter.


Eenmaal aangekomen in de favela zet ik m'n fiets vast en neem ik de motortaxi naar boven. Ik begin de structuur van de favela’s te begrijpen. Meestal loopt er één slingerende baan naar boven waarop kleine steegjes uitkomen. Die kleine steegjes bestaan grotendeels uit trappen.


De motortaxi brengt me naar het hoogste uitzichtpunt in de favela. Ik vraag of hij weet of er geen paadje is dat op de steile rots gaat, waartegen Vigidal gebouwd is. Achteraf heb ik achterhaald dat deze tweetoppige berg Morro Dois Irmãos heet, of in het Nederlands: de twee broers.

Ja! Blijkbaar is mogelijk om nog helemaal naar boven te gaan. Dat had ik niet verwacht want het ziet er heel steil uit. Hij zegt me dat het een uur klimmen is.

Morro Dois Irmãos vanuit Ipanema met Vigidal links onderaan tegen de berg.
Hij brengt me iets verder naar een trapje aan een steeg. “Aaauw!” Bij het afstappen raakt mijn been de hete uitlaatpijp. De chauffeur toont een grijns op zijn gezicht. Ik voel een hete tinteling op mijn rechterkuit. Achteraf zal deze uitgroeien tot een lelijke brandplek, bestaande uit blaasjes. Een ongevraagde souvenir aan Vigidal.

Als hij me het vertrekpunt van het paadje niet getoond had zou ik het nooit gevonden hebben. Als je er zelf bent, vraag dan naar ‘o trilha para subir’.

My guess is dat nog niet veel toeristen en cariocas deze berg beklommen hebben, aangezien Vigidal pas begin dit jaar (januari 2012) werd gepacificeerd. Voorheen zwaaide de drugsbende ‘Commando Vermelho’ daar de plak. Niemand waagde zich van boven in de favela, het terrein van vagabundos.

Vertrekpunt van het paadje.
Wanneer ik het trapje volg loopt het weggetje dood. Ik loop terug en vraag aan een bewoonster waar het weggetje juist is, of de taxichauffeur zich niet vergist heeft. Ze wijst naar de zelfde plek. Het enige wat ik zie is een stuk muur en een stinkend hoekje.

Lijkt dit nu op het begin van het pad dat naar de top van Dois Irmãos leidt?
Ik besluit op het muurtje te klimmen en naar boven te blijven volgen. Het muurtje loopt links achter de huisjes verder en gaat schuin omhoog.


Aha, hogerop aan de rechterkant wordt het pad duidelijk zichtbaar, maar het wordt al snel onderbroken door een tweede obstakel: een omheining… Humm, dit zint me wel, verboden terrein, maar ik heb ook geen zin om m’n short te scheuren.

Achter me staat een vrouw op de daken haar was op te hangen. Ik roep haar. Ze zegt me dat ik niet over de omheining moet klimmen maar er rond moet lopen.

Erover of eronder?

Als je de omheining naar links volgt kom je ook terug op een pad dat vrij snel begint te stijgen. Algauw druipen de zweetpareltjes van mijn voorhoofd. De lucht is extreem vochtig. Na een tiental minuten is mijn hemd is kletsnat en eerder een last dan een comfort.
Na wat klimmen kom ik op een eerste etage waar het pad van richting verandert. Blijkbaar is de achterkant van de berg minder steil.

Op een open plek zie ik beneden plots Rocinha liggen, de grootse favela van Rio de Janeiro. Ik moet denken aan een interview waarbij een gangmember van Amigos dos Amigos vertelde dat ze een aanval uitvoerden op Commando Vermelho, door ‘s nachts van Rocinha over de rots te klimmen naar Vigidal en hen via de achterkant te verrassen. Dit moet de sluipweg zijn die ze toen genomen hebben.
Rocinha

In de diepte hoor ik honden blaffen, motors optrekken en auto’s claxonneren.
Ik stap voort en de jungle wordt dichter. Hier zie ik kleine aapjes in de bomen en telkens wanneer ik door de planten waad hoor ik beesten wegkruipen.

Verder zie ik ook prachtige rood-zwarte vlinders rondfladderen die zich niet laten fotograferen. Wanneer ik uit het junglegedeelte op de kale rots kom zie ik een soort hagedis van 1,5 m kruipen met een lange lispelende paarse tong.



Vanop deze kale rots is het niet meer ver. Hierna loopt het pad nog even door de jungle, daarna zijn er alleen nog grassen en kale boompjes.


Uiteindelijk kom ik op het hoogste punt. Er is juist een wolk overgetrokken en ik zie maar een paar meter ver. Een week later ben ik teruggekomen met een vriend en heb ik wel een heldere foto kunnen nemen.


Een beter zicht op Ipanema vind je niet. Van alle bergtoppen die ik in Rio beklommen heb vond ik dit de mooiste. Zorg wel dat het helder weer is, anders eindig je met een anticlimax.
Het is me opgevallen dat de meeste bergen in Rio de Janeiro met favela's bekleedt zijn, maar slechts tot op een bepaalde hoogte. Vaak is er vanaf de hoogste huisjes ergens wel een pad gebaand dat naar de top leidt. Verwacht niet dat dit duidelijke wandelpaadjes voor toeristen zijn, maar dat maakt het eigenlijk leuker omdat je wat meer moet zoeken.

woensdag 28 november 2012

Wandelen in Floresta da Tijuca, Rio de Janeiro

Als je in Rio verblijft moet je eens gaan wandelen in Floresta da Tijuca, een groot regenwoud dat in het midden van de stad ligt.

Tips:
  • Ga niet alleen, op sommige stukken moet je steil klimmen en kan je gevaarlijk diep vallen. Ook plotselinge zware regenval kan voor gevaar zorgen.
  •  Neem minstens 1,5 liter water mee per persoon.
  •  Neem 3 T-shirts mee, want het is extreem vochtig.

Hoe er geraken:
Als je verblijft in de Zona Sul kan je het gemakkelijkst een taxi nemen richting Vista Chinesa, een bekend uitzichtpunt.

Vanaf Jardim Botânico loopt een baan richting Vista Chinesa, de Estrada Dona Castorina. Een vijftal kilometer voor Vista Chinesa begint er aan de rechterkant een klein paadje (staat aangeduid, je ziet het water van de waterval). Als je dit paadje volgt kan je een tocht maken van 1,5 uur langs de waterval. Deze tocht is niet voor rookies want je moet best steil klimmen.



We zijn dit paadje blijven volgen, soms met twijfel, maar kwamen uiteindelijk terug uit op de verharde baan. Van daaruit wandel je verder naar boven tot Vista Chinesa. Als het niet te mistig is kan je van daaruit Suikerbrood, Lagoa en het Christusbeeld fotograferen.

 Vista Chinesa
Als je dan nog een paar kilometer naar boven stapt via de asfaltweg kom je bij een tweede uitzichtpunt, Mesa do Imperador. Het is niet zo duidelijk, maar als je daar het stenen trapje omhoog gaat, moet je op het einde over de rand klimmen en daar begint een tweede pad door de jungle.

Als je dit pad volgt ben je zeker 2 à 3 uur weg. Je klimt op een berg en vervolgens op de top van een tweede hogere berg. Soms heb je splitsingen, dan kan je best met takken een richtingwijzer achterlaten want je loopt gemakkelijk verloren daar.
Ook op dit pad moet je soms bijna verticaal klimmen, maar er zijn altijd wel boomwortels of stenen waaraan je je kan vasthouden. Hoe hoger je komt, hoe meer stenen en lage vegetatie zoals bamboe. Onderweg word je af en toe getrakteerd op panorama’s over het regenwoud en zie je roofvogels in de lucht cirkelen.


Dit is perfect voor een dagje trekken omdat je bij de waterval meer de hoge jungle ervaart, en daarna bij het beklimmen van de bergtop de lage jungle ziet.

Als je terug op de asfaltweg komt kan je terug naar de Zona Sul liften, want er rijden zelden taxi's.